Nieuws

Hoe ziet de opvolger van de wet DBA eruit? Wij waren bij het vervolg overleg

dinsdag 4 september 2018    Dit artikel delen

Na een eerste bijeenkomst op 24 januari, vond op maandag 3 september het vervolgoverleg plaats over de opvolger van de wet DBA. In bijzijn van ambtenaren, minister en staatssecretaris, spraken 50 veldpartijen over wat er na de wet DBA zal gaan komen. Het was geen middag die de aanwezige zzp organisaties heel vrolijk stemde. De plannen van het kabinet lijken onverminderd door te gaan en daarmee komt er een webmodule die een ‘opdrachtgeversverklaring’ moet verstrekken. Hoe ziet dat eruit?

Overleg met het ‘veld’

In januari spraken we nog in overleg ‘wat’ de opvolger van de wet DBA moest gaan worden. Inmiddels wordt duidelijk dat het kabinet gekozen heeft en staat de ‘hoe’ vraag voorop. Hoe gaan we om met het begrip hiërarchie? Wat doen we met het minimum tarief en ‘opt-out’ tarief? Hoe zou de webmodule moeten werken? Niet langer gaat de dialoog over wat we het beste kunnen doen rondom de zzp’er en het voorkomen van een dienstverband. Maar ging het gesprek over hoe het kabinetsbeleid uitgevoerd moet worden. Daarmee werd het een heel andere bijeenkomst dan de eerdere in januari.

Generieke zzp belangenorganisaties zoals PZO, ZZP NL en FNV zelfstandigen, collectieven van intermediairs via de NBBU en ABU, waren aanwezig. Maar ook sector specifieke werkgeversclubs zoals -voor de zorg- BTN en Actiz waren aanwezig. SoloPartners was er als zorg specifieke zzp brancheorganisatie uiteraard ook bij en maakte deel uit van de vele tientallen vertegenwoordigers van zzp’ers, opdrachtgevers, werkgevers en intermediairs. Los van de organisaties, waren er ook een aantal zzp’ers uit de praktijk uitgenodigd.

Worden deze vele clubs het ooit eens zou je jezelf kunnen afvragen? Nou, het bijzondere is dat iedereen redelijk eensgezind was over het feit dat de webmodule met opdrachtgeversverklaring géén goede oplossing is voor het probleem. Iets dat de partijen ook in januari hebben geprobeerd uit te leggen. Desalniettemin lijkt het er toch te gaan komen.

Hoe zat het ook alweer?

Na de VAR, was er even kort sprake van de Beschikking Geen Loonheffing (BGL – met webmodule), waarna uiteindelijk de wet DBA ten tonele kwam. Het belangrijkste bij de wet DBA was dat de opdrachtgever niet langer zeker wist dat hij een opdrachtnemer (zzp’er) buiten dienst hield. Dat zorgde voor nogal wat onrust en leidde tot uitstel van handhaving van de wet DBA.

Je loopt als opdrachtgever risico’s onder de wet DBA en de Belastingdienst zou de mogelijkheid gaan krijgen om de opdrachtgever te controleren. Bij de VAR had de opdrachtgever die veiligheid met de VAR-WUO nog wel. Maar bij het ontwerp van de BGL, vervolgens de wet DBA en nu met de naderende ‘opdrachtgeversverklaring’ is die garantie vooraf er niet. Dat is best spannend voor opdrachtgevers, die uiteraard een vorm van vrijstelling graag terug zien komen. Er werd dus gezocht naar alternatieven.

Eén van die alternatieven was de ‘ondernemersverklaring’. De hoop was dat er een ‘opdrachtnemersverklaring’ of ‘ondernemersverklaring’ zou kunnen komen, waarin de zzp’er verklaart goed ondernemer te zijn. Een vorm van vrijwaring, maar dan voor de opdrachtnemer. Werkt zo’n zzp’er bij een opdrachtgever, dan weet die opdrachtgever dat hij die opdrachtnemer buiten dienst houdt. Hij heeft immers te maken met een ‘echte’ zzp’er. Werkbare oplossing, aldus veel partijen in de zaal. Helaas, ook dat wordt hem niet zo lijkt het. Wat dan wel?

Waar gaat het naar toe?

In plaats van een ‘modelovereenkomst’ waarin de opdrachtgever via een overeenkomst plechtig beloofd zich als opdrachtgever te gedragen, zal de opdrachtgever straks via een digitale omgeving (een webmodule genoemd) eenzelfde belofte moeten gaan doen. Die belofte gaat over de wijze waarop de opdrachtgever omgaat met de opdrachtnemer (de zzp’er). Beantwoordt de opdrachtgever de vragen op een goede wijze binnen de webmodule, dan rolt daar een ‘opdrachtgeversverklaring’ uit, die zwart op wit stelt dat de opdrachtgever beloftes heeft gemaakt. Aan de Belastingdienst is vervolgens de taak om (achteraf!) te beoordelen of de opdrachtgever zich daadwerkelijk zo gedragen heeft, of dat deze toch een werkgever blijkt te zijn.

Wederom dus; géén garanties voor de opdrachtgever. Deze webmodule is in te zetten voor alle klussen die voor meer dan € 15-18 en minder dan € 75 per uur aan zzp’ers worden toebedeeld. Beneden de € 15-18 ben je sowieso in loondienst en boven de € 75 per uur ben je sowieso ondernemer. Althans, dat zijn de plannen.

Er zitten enorm veel haken en ogen aan de praktische kant van dit plan. Moet de zzp’er ook niet iets beantwoorden in die webmodule? Welke vragen ga je nu precies stellen aan de opdrachtgever? Hoe concreet maak je ‘hiërarchie ontvangen’ bij die vragen in de webmodule? Wat doe je met zzp’ers die niet per uur, maar per klus een tarief opleggen? Waarom mag die € 75 geen € 65 worden. Of die € 18 geen € 25? Kortom, het is wederom een heel complex verhaal, met ditmaal geen ‘modelovereenkomst’, maar een ondertarief, boventarief en een webmodule.

Wat is nu eigenlijk het probleem?

De huidige arbeidswetgeving dateert uit 1907 en stelt dat iedereen in een dienstverband zit, tenzij je aan kunt tonen dat het niet zo is. Een zzp’er is daarmee niet iemand met een eigen ondernemersstatus, maar iemand die aan zal moeten tonen dat hij niet in dienst is. Een opdrachtgever is niet een partij die kan kiezen voor opdrachtgeverschap, maar is een partij die aan moet tonen dat hij geen werkgever is. De VAR, BGL, DBA en nu opdrachtgeversverklaring scharnieren nog steeds op precies dat punt; u heeft te maken met een dienstverband tenzij u aan kunt tonen dat dit niet zo is.

De professionals in de praktijk vragen echter iets anders dan dat. Zij denken niet zozeer in ‘loondienst’ of ‘buiten loondienst’, maar zij denken aan flexibel werken, zelfstandig zijn, werk doen dat bij je past en zoeken daar een werkvorm bij die passend is. Zeker in het geval van zzp’er zijn is dat voor onze samenleving een ingewikkelde ontwikkeling, want zoals het er nu voor staat betaal jij als zelfstandige bepaalde sociale premies niet, die iemand in een dienstverband wel betaalt. Daarnaast betaal je ook nog eens minder belasting dan iemand in dienst dat doet. Meer zelfstandigen betekent op dit moment dus minder middelen voor de schatkist.

De wetgeving uit 1907 aanpassen en bijvoorbeeld naast een dienstverband, ook een eigen ondernemersstatus ontwikkelen betekent dus een forse stelselwijziging op meerdere niveaus. Hoe houden we ons sociale stelsel nog betaalbaar? Hoe fiscaal voordelig moet een zelfstandige nog kunnen ondernemen in zo’n geval? Moeten we zzp’ers niet beschermen voor hun oude dag, of arbeidsongeschiktheid? En vooral; als we dan zo’n aparte status ontwikkelen voor zzp’ers, hoeveel mensen die nu nog twijfelen stappen dan straks over? Het zijn deze vragen die de discussie een hele brede maken en daarmee een heel politieke. Om die reden blijven we voorlopig nog doorgaan met de huidige koers. Dienstverband blijft het vertrekpunt en aan opdrachtgevers en opdrachtnemers om zich daarvan te onttrekken.

Jouw brancheorganisatie

SoloPartners is met ruim 8000 leden dé brancheorganisatie voor zzp’ers in de zorg. We volgen de actualiteit rondom de opvolger van de wet DBA, zodat jij ook straks opdrachten kunt blijven vervullen in de zorg. Sluit je aan >>

Dit artikel delen