Nieuws

Coronazorg en beschermingsmiddelen: hoe zit het juridisch?

maandag 20 april 2020    Dit artikel delen

Sinds de uitbraak van het coronavirus in Nederland, volgen de ontwikkelingen en de door het kabinet opgestelde regelingen elkaar in hoog tempo op. Het kabinet probeert op allerlei manieren de crisis het hoofd te bieden en zorgorganisaties en zorgverleners te ondersteunen in deze lastige tijden. Voor de ene organisatie in de zorg betekent dit feitelijk bijna een tijdelijke sluiting, zoals bijvoorbeeld voor tandartspraktijken, terwijl andere organisaties zeker niet minder werk hebben en vaak zelfs meer, zoals bij huisartsen, apotheken en de verpleging en verzorging het geval is. 

Inmiddels komen steeds meer signalen door dat er een voortdurend tekort is aan beschermingsmiddelen, zoals mondkapjes, handschoenen en schorten. Daardoor wordt de zorg aan mensen in ziekenhuizen, verpleeghuizen, de kleinschalige woonzorg en bij cliënten thuis steeds moeilijker te leveren.

Wat wordt juridisch van zorgorganisaties verwacht aan maatregelen om patiënten, personeel en zzp’ers te beschermen? En in welke mate mogen werknemers en zzp’ers in de zorg aanpassingen in het werk eisen en bij het niet doorvoeren daarvan, thuis blijven? En hoe zit het met de zorgplicht van zorgverleners en zorgorganisaties in deze coronacrisis?

Werkgever moet zorgen voor veilige werkomgeving

Op grond van diverse wettelijke artikelen, waaronder art. 7:658 BW (veilige werkomgeving) en art. 7:611 BW (goed werkgeverschap/werknemerschap) en artikelen in de Arbowet, geldt dat de werkgever moet zorgen voor een veilige werkomgeving en daartoe ook aanpassingen moet maken indien nodig en binnen bepaalde redelijke grenzen. Niet alleen is dat een verplichting, maar bij het niet voldoen aan die zorgplicht is een werkgever aansprakelijk voor alle gevolgen die voortvloeien uit een niet veilige werkomgeving. In dit concrete geval betekent dat dus alle gevolgen van een coronabesmetting. Als er een ongeluk plaatsvindt of een besmetting in de zorginstelling, is het aan de werkgever om aan te tonen dat hij voldaan heeft aan zijn zorgplicht en het ongeluk c.q. de besmetting binnen redelijke grenzen niet te voorkomen was. Op dit punt ligt de bewijslast bij de werkgever.

In het kader van het coronavirus betekent dit dat een zorginstelling maatregelen moet nemen om besmetting zo goed als mogelijk te voorkomen. Niet alleen gelden de wettelijke regels daarvoor in de Arbowet, maar ook de aanwijzingen van het ministerie van VWS (volksgezondheid welzijn en sport) en van het RIVM. Naast de algemene regels en adviezen is er ook een regeling specifiek voor de zorgorganisaties buiten het ziekenhuis. De inspectie SZW controleert en kan sancties opleggen aan werkgevers die zich niet aan de regels houden, waaronder boetes. Daarbij zal het SZW in de huidige situatie waarbij de ontwikkelingen razendsnel gaan,  waarschijnlijk zoveel als mogelijk werkgevers een redelijke termijn gunnen om deze maatregelen te nemen.

Mag een werknemer in loondienst werk weigeren?

Wat nu als een werknemer in loondienst vindt dat de maatregelen te weinig zijn? Mag hij werk weigeren en thuis blijven? Het antwoord daarop is kort gezegd: in beginsel niet, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden. De werkgever bepaalt hoe hij zich aan de regels van de overheid zal houden in het kader van de bestrijding van het coronavirus en legt dit bij voorkeur vast in een protocol. De werknemer heeft vervolgens de verplichting om te komen werken, ook als hij het niet eens is met de maatregelen die zijn werkgever heeft genomen.

De uitzondering op dit beginsel is artikel 29 van de Arbowet. Daarin is aangegeven dat een werknemer het werk neer mag leggen als er sprake is van een ernstig gevaar voor de gezondheid en dat gevaar zodanig is, dat de komst van instanties zoals de inspectie SZW niet kan worden afgewacht. De werknemer behoudt in dat geval het recht op loon en kan niet op grond van werkweigering worden ontslagen. Daarbij kan – ter illustratie – bijvoorbeeld worden gedacht aan het vrijkomen van dodelijke gassen tijdens het werk, of werkzaamheden aan een dak waarbij gevaarlijk asbest wordt ontdekt. In onze optiek betekent dit ook dat, als de werkgever de RIVM-richtlijnen niet in acht wil of kan nemen en niet afdoende bescherming kan of wil bieden waardoor een ernstig gevaar voor de gezondheid van zorgverleners ontstaat, de werknemer kan aangeven dat hij of zij de zorg niet kan verlenen.

Als de werknemer sterk twijfelt aan de veiligheidsmaatregelen van de werkgever kan deze een melding doen bij de inspectie SZW die vervolgens een inspectie kan uitvoeren. Ondertussen dienen de werknemers hun werkzaamheden te blijven uitvoeren, tenzij er dus een situatie is van ernstig gevaar voor personen en de komst van de inspectie niet kan worden afgewacht. Als een werknemer niet op het werk verschijnt terwijl van een dergelijk ernstig gevaar geen sprake is, dan kan dat arbeidsrechtelijke gevolgen hebben als het stopzetten van loon en uiteindelijk zelfs ontslag bij het blijven weigeren om het werk uit te voeren. Daarbij geldt dat de werkgever, indien zorgverleners de zorg niet op een verantwoorde wijze kunnen verlenen zonder risico voor hun gezondheid vanwege onvoldoende beschermingsmiddelen, daaraan dus niet zomaar deze arbeidsrechtelijke gevolgen kan verbinden, omdat de werkgever de verplichting heeft zorg te dragen voor een veilige werkomgeving.

Indien zorgverleners de angst hebben om besmet te raken, maar de werkgever wel heeft geborgd dat afdoende beschermingsmiddelen aanwezig zijn, ligt de situatie waarschijnlijk anders. In dit geval kunnen zorgverleners niet weigeren werk uit te voeren. Dat geldt in beginsel ook indien de zorgverleners zelf tot een risicogroep behoren.

Te allen tijde dienen overigens dit soort discussies zoveel als mogelijk te worden voorkomen, omdat dit niet in het belang is van een goede zorgverlening. Goed overleg tussen zorgverleners en bestuur van de zorgorganisatie is daarbij uiteraard essentieel en belangrijk.

Kan de werknemer in loondienst eigen maatregelen treffen?

Kan de werknemer besluiten om zelf maatregelen te nemen zoals het dragen van een mondkapje? Het antwoord is: ja, indien dit is afgestemd met de werkgever en de werkgever daarmee akkoord is. De werkgever kan de zelf getroffen maatregelen echter verbieden als dit niet overeenkomt met het protocol binnen de zorgorganisatie en als dit niet vereist is op grond van de richtlijnen van het RIVM. Daarbij is bijvoorbeeld van belang dat mondkapjes dienen te worden goedgekeurd en verkeerd gebruik van mondkapjes ook gevaarlijk kan zijn. Zo geldt dat een mondkapje een paar keer per dag dient te worden vernieuwd of op een speciale wijze gereinigd. Ook het gebruik van het mondkapje zelf kan gevaar opleveren, b.v. door het afnemen van het masker door met de handen het masker zelf aan te raken en daardoor het virus op de handen terecht kan komen. Om te voorkomen dat elke werknemer zelf gaat oordelen welke maatregelen er nodig zijn en eigen veiligheidsmiddelen meeneemt met alle mogelijke risico’s van dien, geldt dus de arbeidsrechtelijke regel dat de werkgever in eerste instantie bepaalt wat er in de organisatie geldt.

Mag een zzp’er weigeren de zorg uit te voeren aan cliënten van een zorgorganisatie?

In bepaalde mate is de positie van de zzp’er natuurlijk anders omdat hij werkt op basis van een overeenkomst van opdracht en zelfstandige is. Een aantal regelingen die voor werknemers gelden, geldt echter ook voor zzp’ers. Zo geldt het hiervoor genoemde artikel om voor een veilige werkomgeving te zorgen ook voor ingehuurde medewerkers, ook al zijn dat geen werknemers. Ook is de zorgorganisatie aansprakelijk voor de gevolgen van een niet veilige werkomgeving voor de zzp’er, zolang die werkzaamheden uitvoert dit tot de gebruikelijke werkzaamheden in de instelling behoren. Verder geldt een groot deel van de artikelen in de Arbo wet ook voor de zzp’er om te voorkomen dat deze op het gebied van veiligheid anders zou worden behandeld. In overwegende mate gelden dus dezelfde voorwaarden voor het veilig laten werken van zowel de werknemer als de zzp’er.

Ook voor de zzp’er geldt dat de zorgorganisatie op grond van de relevante regelgeving van o.a. het RIVM beleid en protocollen opstelt in verband met het coronavirus en de gevolgen daarvan in de zorginstelling. De zorgorganisatie bepaalt op grond daarvan wat de regels zijn om besmetting te voorkomen en welke eventuele beschermende middelen worden ingezet daarvoor. Als hieraan wordt getwijfeld, geldt ook voor de zzp’er de mogelijkheid om de inspectie SZW in te schakelen en als de cliënten gevaar lopen, tevens de IGJ. Ook geldt voor de zzp’er – uiteraard binnen de gemaakte afspraken met de zorgorganisatie – dat hij of zij kan weigeren de zorg uit te voeren indien de zorgorganisatie onvoldoende voor een veilige werkomgeving kan of wil zorgen.

Als de zzp’er van mening is dat het beleid van de zorgorganisatie niet voldoet aan de regelgeving en op grond daarvan zijn werkzaamheden niet uitvoert, is het vorderen van betaling voor de niet gewerkte uren een lastig punt. De zzp’er is immers geen werknemer die loondoorbetaling kan vorderen. Belangrijk hierbij is opnieuw de inhoud van de overeenkomst van opdracht. Zijn hierin bepaalde garanties voor uren en een bepaalde periode afgesproken? Is er een bepaling in opgenomen die gericht is op de veilige werkomgeving en die ingezet kan worden om niet gewerkte uren toch betaald te krijgen van de zorginstelling? Afhankelijk daarvan kan de zzp’er betogen dat hij of zij niet gewerkte uren toch betaald dient te krijgen. Als het om evidente schendingen gaat van de zorgorganisatie om juiste veiligheidsmaatregelen te treffen, kan de zzp’er bovendien aanvoeren dat de zorgorganisatie aansprakelijk is voor de omzetschade van de zzp’er op grond van het schenden van de zorgplicht die er is op grond van de overeenkomst van opdracht tussen de zorgorganisatie en de zzp’er.

Zorgplicht

Op basis van de zorgwetgeving, zoals de Wkkgz en de Wgbo, dienen zorgorganisaties en zorgverleners goede en veilige zorg te verlenen en er daarnaast alles aan te doen om hun cliënten de benodigde zorg te leveren. De zorg kan en mag dus, vanwege de zorgplicht van zorgverleners en zorgorganisaties, niet zomaar worden gestaakt. Dat kan alleen indien daarvoor gewichtige redenen bestaan. In dit artikel hebben wij de zorgplicht van zorgverleners uiteengezet.

De zorgplicht van zorgorganisaties en zorgverleners dient bij discussies over beschermingsmiddelen niet uit het oog te worden verloren: de zorg aan de cliënt dient daarvan niet de dupe te worden.

Ook bij zzp’ers die rechtstreeks in opdracht van de cliënt zorg verlenen, geldt dat de zzp’er aan zijn zorgplicht dient te voldoen. Pas indien een situatie ontstaat dat de beschermingsmiddelen ‘op’ zijn en de zzp’er zich – ondanks inspanningen – geen middelen kan vinden, kan hij of zij  zeggen dat hij de cliënt niet meer kan behandelen. Ook in dat geval dient de zzp’er uiteraard zo goed als mogelijk alternatieven te zoeken voor zijn cliënt.

Artsenfederatie KNMG heeft op 10 april 2020 bekend gemaakt van mening te zijn dat niet van zorgverleners verwacht kan worden om zonder afdoende persoonlijke beschermingsmiddelen zorg te verlenen aan (vermoedelijk) met het coronavirus besmette cliënten. Volgens de KNMG hebben zorgverleners uiteraard een zorgplicht, maar hebben zij ook een verantwoordelijkheid voor hun eigen gezondheid en die van hun naasten, en daarnaast een medeverantwoordelijkheid voor de continuering van de zorgverlening in het algemeen. Met andere woorden: van zorgverleners kan op basis van hun zorgplicht verwacht worden dat zij zorg leveren aan met het coronvirus besmette cliënten indien zij over voldoende beschermingsmiddelen kunnen beschikken. Indien onvoldoende beschermingsmiddelen beschikbaar zijn, reikt de zorgplicht volgens de KNMG niet zo ver en kan continuering van de zorgverlening niet van de zorgverlener worden verwacht.

In verschillende zorgsoorten zijn inmiddels handreikingen beschikbaar waarin wordt ingegaan op de conflicten tussen kort gezegd de zorgplicht van de zorgverlener en het gezondheidsrisico dat de zorgverlener zelf loopt. Te denken valt aan bijvoorbeeld de Handreiking voor verpleegkundigen, verzorgenden en verpleegkundig specialisten op het moment dat zij besmettingsrisico ervaren door het Coronavirus (COVID-19), waarin verschillende conflictsituaties worden onderscheiden die zorgverleners in deze crisisperiode kunnen ervaren.

SoloPartners en beschermingsmiddelen
SoloPartners beoogt de bij haar aangesloten zzp’er zo goed als mogelijk de mogelijkheid te bieden beschermingsmiddelen te verkrijgen. Zie ons artikel over corona en onze webshop met beschermingsmiddelen.

 

Handreiking PBM VVN dd 7 april 2020                                 Flow chart handreiking_beschermingsmiddelen_def

Dit artikel delen