Bericht geplaatst 1 mei 2019 om 12:51

Een maand geleden schreven we een vlammend artikel over het optreden van Zorgverzekeraars Nederland tijdens een aflevering van Kassa! Het artikel leverde Kamervragen op en de antwoorden op die Kamervragen vielen eind vorige week te lezen. De antwoorden van de minister laten zien dat de afstand tussen de theorie en de praktijk van zorg in de laatste levensfase enorm groot is. In dit artikel gaan we in op hoe de praktijk werkt voor mensen die graag thuis willen sterven.

Dit artikel maakt onderdeel uit van een serie van twee artikelen. Het tweede artikel vind je hier >>

De aanloop

De aflevering van Kassa! deed veel stof opwaaien en ons artikel lag in het verlengde van deze reacties. Zorgverzekeraars Nederland schetste een beeld dat niet werd herkend door professionals uit de praktijk. Noodzakelijke zorg wordt niet vergoed door zorgverzekeraars en zowel verzekerden als zorgverleners hadden hier in de praktijk veel last van. Op 3 april stuurden zowel de fractie van de SP Kamervragen in als die van D66. Antwoorden werden vorige week gepubliceerd. Op de SP Kamervragen vind je hier het antwoord en op de D66 vragen valt hier het verweer van de minister te lezen.

Het artikel dat Caren Kunst en ik schreven, werd op 1 april gepubliceerd. Tussen 1 april en de publicatie van de beantwoording van de Kamervragen op 24 april heeft er geen gesprek plaats gevonden tussen het ministerie en één van ons beiden. Ook binnen ons ledenbestand en netwerk krijgen we terug dat er geen overleg is geweest met het veld over hoe de praktijk rondom sterven thuis in elkaar zit. Het beeld dat uit de antwoorden op de Kamervragen ontstaat is dat deze antwoorden in samenspraak met Zorgverzekeraars Nederland zijn geformuleerd, de partij die nu juist ter discussie staat. Het resultaat van die keuze leidt tot een enorme afstand tussen de antwoorden van de minister en de praktijk van vandaag.

De afgelopen dagen spraken we met talloze zorgprofessionals die zowel werken voor gecontracteerde als niet-gecontracteerde organisaties, of werkzaam zijn als zzp’er. Allen in de palliatieve zorg. We testen de stellingen van de minister met de praktijk.

Stelling 1: Toegang tot palliatieve zorg wordt door gecontracteerde zorgaanbieders geborgd

De minister geeft aan dat de wachttijd bij gecontracteerde zorgaanbieders kort is. Bij zo’n aanbieder zijn geen drempels aanwezig voor het gebruik ervan. Palliatieve zorg wordt altijd vergoed op basis van de indicatiestelling. Gecontracteerde palliatieve zorg kan meteen gestart worden. Als iemand thuis wil sterven dan mag dat. Het hospice zou geen plek moeten zijn waar cliënten naar toe verwezen worden. Arbeidsmarktproblematiek en versnippering van aanbieders maken het voor verwijzers, cliënten en mantelzorgers moeilijk om de juiste zorg te vinden.

Zoektocht naar zorgaanbieder begint

In de praktijk gaan verzekerden veelal vanuit het ziekenhuis naar huis voor de laatste fase van hun leven. Pal voor het weekend met ontslag gaan is doorgaans een doel van het ziekenhuis, om de patiënt ook die -vaak weinig productieve- dagen in het ziekenhuis te besparen. Bemiddelende organisaties bevestigen dit, die een duidelijke trend zien waarbij rond 15.00u op vrijdagmiddag de telefoon gaat voor zorg bij sterven thuis. De functionaris die de transfer organiseert van het ziekenhuis naar de thuissituatie is die van de ‘transferverpleegkundige’. Deze functionaris is vaak in dienst bij een gecontracteerde thuiszorgaanbieder, maar werkt in het ziekenhuis. Zij regelt de overgang van ziekenhuis naar de thuissituatie. We horen terug dat het heel gebruikelijk is dat nadat de transferverpleegkundige bij de eigen organisatie heeft beoordeeld of de cliënt bij hen terecht kan, er een ‘nee’ bij andere gecontracteerde zorgorganisaties worden geraadpleegd. Bij een intensieve zorgvraag, dus in de allerlaatste fase, geven ook deze organisaties zeker pal voor het weekend een ‘nee’ terug en daar is een duidelijke reden voor.

Aantal uur zorg is gemaximaliseerd

Het gemiddelde aantal vergoede uren van 12,9 uur per 24 uur is zowel voor niet gecontracteerde áls gecontracteerde zorgaanbieders leidend geworden in de praktijk. Niet de indicatiestelling van de wijkverpleegkundige, maar het door de zorgverzekeraar zelf vastgestelde gemiddeld aantal uren is leidend. Zorgverzekeraars keren zeer zelden meer uren uit tot een maximum van 18 uur, geven professionals van zowel gecontracteerde zorgorganisaties als niet gecontracteerde aanbieders terug.

Die 12,9 uur is dus inmiddels de rekenregel geworden. Gecontracteerde zorgorganisaties weten dit en zijn gehouden aan de CAO. Voor de cliënt betekent dit dat als hij/zij meer dagelijkse zorg nodig heeft dan de toegestane 12,9 uur, die zorg simpelweg niet wordt vergoed aan zorgaanbieders. Het is dan aan de zorgaanbieder zelf om te jongleren met tijd en budget.

Niet met gecontracteerde zorg naar huis voor het weekend

In het weekend moeten er in verband met onregelmatigheidstoeslagen veel meer kosten gemaakt worden aan de inzet van medewerkers dan doordeweeks het geval is. Hierin ligt de reden dat patiënten uit het ziekenhuis met een intensieve zorgvraag zelden door een gecontracteerde aanbieder pal voor het weekend in zorg worden genomen. De inzet die medewerkers moeten leveren bij zo’n zorgvraag is te duur voor de zorgorganisatie, dus die ziet er meestal vanaf. De transferverpleegkundige vangt dus bot bij gecontracteerde zorgorganisatie en begint vervolgens een belronde naar.. niet gecontracteerde zorgaanbieders.

Wel met niet gecontracteerde zorg naar huis in het weekend

Deze niet gecontracteerde zorgaanbieders zijn veelal (netwerken van) zzp’ers die wel in staat zijn om binnen enkele uren te schakelen. Dat doen zij dan ook en de tevredenheid over deze netwerken van zzp’ers is over het algemeen groot. Maar nog even terug naar die zoektocht naar zorg. Het verkopen van een ‘nee’ aan de transferverpleegkundige door gecontracteerde zorgorganisaties wordt nergens geregistreerd. De NZa ziet deze beweging dus niet in haar cijfers terugkomen, waardoor de perceptie op de praktijk is dat er geen wachttijden zijn en de toegang dus wel geborgd moet zijn. Dat heet een doelredenatie. De minister geeft aan dat de toegang georganiseerd is, omdat er geen signalen zijn dat het niet georganiseerd is. De problematiek met sterven thuis speelt sinds 2015. Wellicht wordt het tijd voor een andere wijze van informatie ophalen dan nu het geval is.

Of geforceerd naar een hospice..

Naast een mislukte zoektocht naar een gecontracteerde aanbieder, lukt het lang niet altijd om een niet gecontracteerde aanbieder te vinden. Praktijkvoorbeelden waarin familie, mantelzorgers en verzekerde tegen de oorspronkelijke wens in naar een hospice worden verwezen, zijn talrijk. De zorgverzekeraar stuurt hier flink in mee horen we terug. Vooral als via een indicatiestelling de zorgvraag op meer dan 12,9 uur per 24 uur wordt gesteld is hier sprake van, aldus professionals uit de praktijk. De inrichting van zorg binnen een hospice valt echter niet te vergelijken met die binnen de thuissituatie. Veelal is er op een aantal dagdelen één gediplomeerde professional op een aantal zorgbehoevende cliënten aanwezig binnen de hospice setting. Een hospice draait veelal op vrijwilligers en is niet ingericht op structurele intensieve zorg in de laatste levensfase. We krijgen voorbeelden binnen waarbij familieleden aangeven zelf zorghandelingen te moeten verrichten omdat er geen enkele professional aanwezig is in het hospice. De wijkverpleegkundige stelt dus vast dat er een zorgintensieve situatie is ontstaan rondom een stervende, maar juist dan ziet de zorgverzekeraar graag dat de cliënt in een setting terecht komt waar de professional zijn aandacht te verdelen heeft of zelfs helemaal niet aanwezig is. De minister noemt het inkoopbeleid van zorgverzekeraars waardevol, omdat zij in staat zouden zijn om ‘kwaliteit’ in te kopen.

Deze tweet werd meer dan 50.000 keer bekeken. De dame in kwestie overleed diezelfde avond nog.

Minder intensief? Dan wel gecontracteerde zorg – met behulp van zzp’ers

Bij een minder intensieve zorgvraag in de laatste levensfase zijn gecontracteerde zorgaanbieders doorgaans wel bereid om een cliënt in zorg te nemen. De praktijk laat zien dat eigen medewerkers tot viermaal daags nog wel ingezet worden door de gecontracteerde aanbieder, omdat dit nog binnen de financiering van die 12.9 uur past. Zodra de intensiteit van de zorg toeneemt, maakt de gecontracteerde aanbieder verlies op de ureninzet door medewerkers en worden eigen medewerkers van de cliënt afgehaald. Op dat moment wordt er grootschalig een beroep gedaan op zzp’ers, want de zorg moet wel geleverd worden. Dit zijn dezelfde professionals als de professionals die de cliënt niet gecontracteerd in zorg nemen bij een intensieve zorgvraag. De zzp’er in de zorg is dus binnen de palliatieve fase voor zowel gecontracteerde zorgaanbieders als vanuit eigen niet gecontracteerde titel van vitaal belang voor de praktijk. Inmiddels is de groep tienduizenden verzorgenden en verpleegkundigen groot, maar blijft brede contractering van deze groep uit.

Stelling 1 ‘ Toegang tot palliatieve zorg wordt door gecontracteerde zorgaanbieders geborgd’ is niet juist.

Gecontracteerde zorgaanbieders borgen niet de praktijk van sterven thuis. Zzp’ers doen dat als onderaannemer voor een gecontracteerde aanbieder, of niet gecontracteerd op eigen titel. Ondanks het arbeidsmarktprobleem worden deze zzp’ers niet breed gecontracteerd. De ‘versnippering’ van het aantal zorgaanbieders wordt mede veroorzaakt door het niet sluitende gecontracteerde aanbod. De wachttijd bij gecontracteerde zorgaanbieders lijkt kort omdat het aantal maal dat ‘nee’ wordt verkocht niet wordt meegenomen in de berekening. Palliatieve zorg wordt niet vergoed op basis van de indicatiestelling, maar is gehouden aan een maximaal aantal uur dat wordt gedicteerd door de zorgverzekeraar. De eigen keuze van de verzekerde staat niet centraal en er wordt actief op een hospice aangestuurd als de zorgvraag intensief is. Gecontracteerde palliatieve zorg kan niet in alle gevallen meteen gestart worden.

Tot zover het tegengeluid uit de praktijk op stellingname 1. Morgen publiceren we een twee artikel over de praktijk van sterven thuis en gaan we nog een stap verder met hoe de praktijk van sterven thuis onder druk staat. Binnen de doelstellingen van het ‘2020 Nationaal Programma Palliatieve Zorg’ staat vermeld dat ‘de behoeften van mensen in de laatste levensfase en hun naasten centraal staan.’ De theorie staat ver, ver af van de praktijk.

SoloPartners

SoloPartners is dé brancheorganisatie voor zzp’ers in de zorg. Wij volgen de ontwikkelingen in de zorg en verspreiden actuele en begrijpelijke voorlichting en informatie aan onze leden en niet-leden. Het streven is om dé bron van informatie te zijn voor de zelfstandige zorgprofessional. Als lid van SoloPartners ondersteunen wij de zzp’er in de zorg in het voldoen aan wet- en regelgeving. Wil je weten hoe, lees dan verder.

Word direct lid Meer info

Sluit je aan bij meer dan 27000 leden

Basispakket

€ 75
per jaar
  • Erkende klachtenregeling
  • Certificaat
  • Gratis klachtenafhandeling
Kies dit pakket

Kwaliteitspakket

€ 160
per jaar
  • Erkende klachtenregeling
  • Jaarlijks gratis VOG
  • Modelovereenkomsten
Kies dit pakket