Nieuws

De verplichte AOV standaardverzekering nader bekeken

vrijdag 20 maart 2020    Dit artikel delen

De Stichting van de Arbeid heeft het voorstel voor een verplicht Arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) ingediend bij de minister. Hoewel de echte start niet voor 2024 te verwachten valt en er in de tussentijd ook nog verkiezingen zijn, is het goed om naast de discussie over ‘voor’ of ‘tegen’ ook te kijken naar de inhoud. Wat krijg je nu precies met die verplichte AOV?

Wat is het doel van de verplichte standaardverzekering?

Een inkomensvoorziening bij zeer langdurige arbeidsongeschiktheid op minimumloonniveau tot – indien nodig – AOW-leeftijd.
Hiermee wordt voorkomen dat zelfstandigen die onverhoopt langdurig arbeidsongeschikt raken en die zich niet privaat konden of wilden verzekeren moeten terugvallen op de bijstand en daarbij eerst hun spaargeld/oudedagsvoorziening moeten aanspreken en/of hun huis moeten verkopen. Bij de verplichte AOV is dat geen eis voor uitkering en speelt het inkomen van de partner geen rol ( in de bijstand wel).

Ook lost het het ‘AOW-gat’ op van zelfstandigen die arbeidsongeschikt zijn maar waarvan de uitkering van hun verzekering stopt op een lagere eindleeftijd. De meeste AOV’s kennen een maximale eindleeftijd van 67 of 68 jaar, maar vooral bij zorgverleners is de aangeboden maximale eindleeftijd bij sommige (maar niet alle!) verzekeraars vaak lager – 65,62 of zelfs 60 jaar. Ook is er in het verleden niet altijd gekozen voor het beste product met de hoogste eindleeftijd. Voor ondernemers van 55 jaar of ouders is het vaak – om medische redenen – niet meer mogelijk over te stappen naar een verzekering met een hogere maximale eindleeftijd.

Voor wie geldt de verplichte standaardverzekering?

De regeling gaat gelden voor alle zelfstandigen zonder personeel. Er komen maatregelen om creatief gebruikt van ‘schijnpersoneel’ (om aan deze verplichting te ontkomen) tegen te gaan. Wel kijkt de Stichting van de Arbeid nog naar welke zelfstandigen de dekking echt nodig hebben. Zo kan het zijn dat er voor parttime zelfstandigen die daarnaast in loondienst zijn een vrijstelling komt, of een inkomensdrempel.

Wie wordt er toegelaten tot de verplichte standaardverzekering?

Iedereen die de AOW-gerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt. Er is geen medische selectie of lagere leeftijdsgrens.

Wie gaat de verplichte standaardverzekering uitvoeren?

Het UWV verzorgt de uitkering, de beoordeling en begeleiding inclusief re-integratie. UWV doet dat nu ook al voor de vrijwillige UWV-verzekering voor zelfstandigen, maar het aantal deelnemers daarvan is beperkt. UWV krijgt er nu mogelijk 1 miljoen verzekerde zelfstandigen bij en moet daarvoor ook de begeleiding en waar mogelijk re-integratie al starten op het moment van ziekte.

Wat krijg je en wat gaat het kosten?

Wat je krijgt en wat het kost is mede afhankelijk van een aantal keuzes:

  • Welk inkomen wil je verzekeren?
    Het minimale verzekerbare inkomen bedraagt €20.000,-. Het maximum is €30.000,-. Van dit inkomen krijg je 70% uitgekeerd bij volledige arbeidsongeschiktheid.
  • Welke wachttijd kies je?
    De standaard wachttijd of eigen risicotermijn is 1 jaar. Maar je kunt ook kiezen voor een kortere termijn van 6 maanden of juist een langere wachttijd van 24 maanden. Die laatste optie is vooral bedoeld voor deelnemers aan broodfondsen.

Wie er voor kiest het maximale inkomen van €30.000,- te verzekeren bij een standaard wachttijd van 1 jaar gaat daarvoor circa €220,- bruto per maand betalen (netto +/- €150,- per maand). Daarvoor krijg je bij langdurige arbeidsongeschiktheid na 1 jaar een uitkering van €1.650,- bruto per maand.

Hoe wordt de mate van arbeidsongeschiktheid en uitkering vastgesteld?

Het UWV beoordeelt de mate van arbeidsongeschiktheid aan de hand van het criterium ‘gangbare arbeid’. Daarbij wordt gekeken welke overige en daadwerkelijke beschikbare beroepen je met je beperkingen of ziekte nog zou kunnen uitvoeren, en wat het inkomen daarvan is. Het verschil tussen oude inkomen en nieuwe inkomen bepaalt dan het arbeidsongeschiktheidspercentage.
Een voorbeeld: een ambulance verpleegkundige heeft een winst van €40.000,- per jaar. Als gevolg van een ongeval raakt ze in een rolstoel en kan zij haar werk als verpleegkundige niet meer uitvoeren. Wel kan ze parttime werk als helpdeskmedewerker uitvoeren, waarmee ze een inkomen van €16.000,- verdient. Haar arbeidsongeschiktheidspercentage is 1-(16.000/40.000)=60%. Ze krijgt uit de AOV-standaardverzekering een uitkering van 60% van het minimumloon wat gelijk staat aan +/- €1.000,- bruto per maand. Nota bene: UWV gaat uit van een theoretisch te verdienen inkomen. Of ze dat inkomen ook daadwerkelijk verdient is niet relevant voor de uitkering. Lukt het vinden van werk dus niet, dan blijft de uitkering ongewijzigd! Mocht ze echter werk vinden waarmee ze meer inkomen verdient (als ondernemer of als werknemer), dan wordt het uitkeringspercentage verlaagt!
Op deze wijze van beoordeling (in plaats van beoordeling op het eigen beroep) kom ik in een later artikel nog nader terug.

Is de standaardverzekering duur in verhouding tot zelf verzekeren?

Nee. Berekeningen in AOV vergelijkingssoftware laten mij zien dat de standaardverzekering voor de meeste zorgprofessionals – bij het beste passende product – gemiddeld net zo veel kost als een private AOV op basis van (zoveel mogelijk) dezelfde uitgangspunten bij een wachttijd van 1 jaar.

Alleen is bij de private verzekering de opbouw anders: vooral jongeren zullen – mits medisch acceptabel – privaat goedkoper uit zijn, Voor ondernemers van 55 jaar of ouder zal de verplichte verzekering goedkoper zijn en langer uitkeren dan een private AOV. Maar dit blijft appel met peren vergelijken: de private AOV kent mogelijkheden die deze verplichte verzekering niet heeft zoals een hoger verzekerd bedrag, een kortere wachttijd, een waardevaste uitkering die niet afhankelijk is van politiek beoordeling uitsluitend op het eigen beroep, aanvullende (netto) uitkering bij bevallingsverlof en beroepsspecifieke dekkingen voor o.a. MRSA, HIV en Hepatitis C besmettingen die werken in instellingen of het uitvoeren van bepaalde beroepen onmogelijk maakt. Wel heeft de private AOV als keerzijde de medische acceptatie met kans op uitsluitingen en lagere eindleeftijden.
Daarnaast is het bij private verzekeringen ook een kwestie van goed kijken en vergelijken of je goed laten adviseren: de prijsverschillen tussen de ene en de andere aanbieder kunnen oplopen tot meer dan €1.ooo,- per jaar.

Tot slot: de definitieve premie van de verplichte AOV staat nog niet vast. Dus deze conclusies kunnen nog wijzigen.

Wat als je al een arbeidsongeschiktheidsverzekering hebt?

Dan kom je mogelijk in aanmerking voor een vrijstelling: je hoeft dan niet deel te nemen aan de verplichte verzekering. Maar er is een addertje onder het gras: die verzekering moet dan wel voldoen aan dezelfde minimale normen als de standaardverzekering. Dat is onder andere nu vaak niet het geval met de eindleeftijd van private verzekeringen. Ook is de vraag hoe omgegaan wordt met uitsluitingen (als je er bewust voor zou willen kiezen om de private verzekering met uitsluiting te houden in plaats van de verplichte verzekering).

Wat als je al een broodfonds hebt?

Dan kun je indien gewenst kiezen voor de langere wachttijd van 24 maanden voor de standaardverzekering. Maar je kunt ook kiezen voor een kortere wachttijd en de schenking uit het broodfonds gebruiken als aanvulling in de eerste 2 jaar.

Deelname aan een broodfonds levert in ieder geval geen vrijstelling voor de verplichte verzekering op.

Wat als je wel verplicht verzekerd wil zijn maar met een hogere verzekerde uitkering dan het minimumloon?

Dan heb je straks 2 opties:

  1. De standaardverzekering voor een uitkering van max. €21.000,- (70% van het maximale verzekerbare inkomen van €30.000,-_ en daarboven een private verzekering (met medische acceptatie).
  2. Een standaardverzekering voor een uitkering van max. €21.000,- en daarboven een private aanvullende vangnetverzekering voor iedereen die niet normaal privaat acceptabel is. Dat vangnet wordt een collectieve regeling waar alle verzekeraars en verzekerden aan mee betalen. Deze standaardverzekering is nieuw, nadere informatie is op dit moment nog niet bekend.

Worden private AOV’s nog aangepast?

Ja. Als je kiest voor de standaardverzekering dan zal het verzekerde bedrag van de private AOV worden verlaagd ( vanaf de wachttijd van de standaardverzekering).
Daarnaast zal er een solidariteitstoeslag worden ingebouwd om de kosten van de private vangnetregeling te dragen. Vooral de lichtere beroepen zullen dan meer gaan betalen, zorgverleners dus niet per sé! Deze toeslag heeft ook als doel om te voorkomen dat alle gezonde risico’s en jongere ondernemer zich allemaal privaat gaan verzekeren met vrijstelling, en daarmee de standaardverzekering uithollen.

Is een standaard verzekering beter bij arbeidsongeschiktheid dan een private verzekering?

De tijd zal het leren. Bij aanvang zal het UWV veel kennis en ervaring moeten opbouwen die het nu niet heeft, vooral op het gebied van vroegtijdig beoordelen van arbeidsongeschiktheid ( binnen de gekozen wachttijd, niet pas later) en de mogelijkheden van re-integratie of omscholing naar ander duurzaam werk. Wie regelmatig TROS Radar kijkt kan af en toe de indruk krijgen dat private verzekeraars moeilijk doen met uitkeren maar dat zijn uitzonderingen en excessen. De meeste ondernemers voelen zich bij arbeidsongeschiktheid goed geholpen door hun private verzekeraar, waarbij vooral de menselijke maat en de aandacht voor de rest van het gezin als zeer waardevol wordt ervaren. Daarnaast blijft het bij beoordeling op het eigen beroep prettig dat omscholing naar ander werk vrijwilliger is en niet verplicht kan worden opgelegd.

Worden ondernemers nog gecompenseerd voor de kosten van deze verplichting?

Wellicht maar dan wel uit eigen zak. De Stichting van de Arbeid heeft voorgesteld de zelfstandigenaftrek – die op de nominatie stond om te worden afgebouwd – deels te behouden als compensatie voor deze kosten.

Wat moet je nu doen als (startend) ondernemer of ondernemer die iets wil regelen bij arbeidsongeschiktheid?

Vooral niet afwachten tot 2024. Laat je goed informeren over de huidige publieke en private verzekeringsmogelijkheden inclusief broodfondsen of een combinatie daarvan. Een goede adviseur zal je dan ook gelijk informeren over waar je nu al wel rekening mee kan en moet houden zodat jouw verzekering straks in aanmerking komt voor de vrijstellingsregeling

Dit artikel delen