Nieuws

Waarom staat de zorgsector zo enorm onder druk? Een tussenstand.

dinsdag 17 december 2019    Dit artikel delen

Het jaar 2019 zit er bijna op. Ik zag de druk op het zorgstelsel nog nooit zo snel oplopen als dit jaar en er is dan ook alle reden tot zorg. Maar waarom rijden we onszelf zo enorm vast met zoveel welwillende mensen die werken in- en rondom de zorg? Via onze leden, zorgorganisaties, intermediairs, collega brancheorganisaties, zorgverzekeraars, beroepsorganisaties en andere stakeholders heb ik ook dit jaar weer enorm veel mogen leren over waarom het systeem zo piept en kraakt. Een tussenstand.

Dit artikel vraagt 9 minuten leestijd

De burger denkt recht te hebben op álle vormen van zorg

Het basispakket binnen de zorgverzekering biedt nagenoeg alles voor iedereen. Soms is er wat discussie over welke medicatie wel of niet binnen het basispakket valt, of welke vormen van vervoer er wel of niet deel uitmaken van de basisverzekering. Een echt fundamentele discussie wordt het tot nu toe echter niet en daarom mogen we als burgers rekenen op één van de meest brede en solidaire zorgsystemen ter wereld.

We betalen iedere maand premie voor dat basispakket en dat doet iets met de geest. Als het namelijk zo ver is en er daadwerkelijk zorg nodig is, dan vinden we ook dat we er recht op hebben. Niet alleen omdat het wettelijk is vastgelegd, maar vooral omdat je er iedere maand voor hebt betaald. Zeker als je je eigen risico voorbij bent, begin je misschien wel je zorgconsumptie te evalueren en te plannen. Heel menselijk denk ik. Dat zorg op redelijke afstand voor handen moet zijn, dat er voldoende zorg beschikbaar moet zijn én dat deze van goede kwaliteit moet zijn, is hierbij logisch – aldus de verzekerde en ook dit is wettelijk geregeld.

Dat de zorg-behoevende geen inschatting kan maken van wat de zorg daadwerkelijk kost is eveneens logisch, omdat de verzekerde namelijk geen gedetailleerde feedback krijgt over welke kosten gepaard gaan met welke aanspraak op zorg. Dat zouden ze best willen. We klagen wel over excessen in zorgconsumptie, maar geven verzekerden geen tools om een andere afweging te maken. Daarnaast is de verzekerde over het algemeen niet op de hoogte van de details binnen de zorgpolis en dat lijkt ook niet nodig, omdat het recht op zorg zoveel omvattend lijkt. ‘Het zal vast wel voor mij geregeld zijn’, is het algemene beeld dat ik denk te zien.

Samengevat: de burger heeft in zijn/haar ogen recht op alle vormen van zorg. Teleurstellingen liggen op de loer.

De zorgprofessional wil het vak uit kunnen oefenen

‘Als er zoveel soorten en zo’n grote hoeveelheid zorg geleverd moet worden, dan is er vast wel een plekje voor mij waar ik die zorg mag leveren op een manier die bij mij past’. Zie hier het perspectief van de zorgprofessional, die binnen het Nederlandse zorgstelstel op talloze manieren bevestigd ziet dat hij / zij hard nodig is. Niet alleen via de enorme hoeveelheid openstaande vacatures, maar ook omdat er in de directe omgeving voorbeelden voor handen zijn van mensen die zorg nodig hebben, gaat de zorgverlener er vanuit dat deze zorg mag verlenen waar hij / zij dat wil.

Zorg verlenen is een bewuste keuze geweest voor deze professionals. De wijze waarop zij naar het vak kijken, verschilt niet zoveel van de wijze waarop zij dat 10, 20 of 30 jaar geleden deden. Ja, de wereld is veranderd. Zorgzwaarte neemt toe, de toegang tot zorg wordt problematischer en niet alles kan meer zoals het vroeger ging – maar het beeld over wat goede zorg is, is niet veranderd. Zorgverleners hebben een specifieke mening over wat zij onder zorg verstaan en hoeveel aandacht voor de cliënt / patiënt daaraan gekoppeld is.

De randvoorwaarden om die goede zorg te kunnen leveren, zijn de afgelopen jaren steeds verder onder druk komen te staan. Taal die daaraan gegeven wordt heet ‘administratieve lasten‘ of ‘afname werkplezier’. Andere beslissers dan de zorgprofessionals zelf, gaan over de randvoorwaarden zoals tijd, geld en inhoud. Hierdoor halen zorgverleners de eigen standaard van goede zorg niet meer. Deze omstandigheid raakt zorgverleners in de kern van hun keuze voor de zorg. Zij accepteren niet dat iemand anders ingrijpt in de inhoud van hun beroep, of niet langer de mogelijkheid biedt om een handeling te verrichten die nodig is voor goede zorg. De zorgprofessional bijt steeds sterker van zich af om aan te geven dat de macht niet bij de beslissers ligt, maar bij de professionals die het werk uit moeten voeren. Daar begint het.

Samengevat: de zorgprofessional wordt steeds verder begrensd in wat hij / zij verstaat onder het leveren van goede zorg. Veel menselijk kapitaal gaat op die wijze verloren.

De werkgever is gehouden aan een smalle business-case

Het spanningsveld tussen enerzijds cliënten / patiënten (+ naasten) die hun recht op zorg proberen veilig te stellen en anderzijds de zorgprofessional die steeds verder wordt belemmerd in haar bewegingsvrijheid, komt samen op de ‘werkvloer’. Het is inmiddels niet meer zo leuk om in de zorg te werken en ik heb ervaren zorgverleners nieuwkomers af zien raden om ervoor te kiezen. De beroepstrots staat onder druk en dat heeft alles te maken met de beperkingen die zorgverleners ervaren bij het willen doen van hun werk. Ze zien wel wat nodig is, maar komen daar bij hun werkgevers niet meer goed aan toe.

Zorgorganisaties zien al jaren hun financiële middelen onder druk staan en dit vraagt flexibiliteit, ondernemerschap, innovatie en een positief mensbeeld. Hoe doen we vanuit vertrouwen slimme dingen met hetgeen we hebben? Helaas zijn deze competenties beperkt aanwezig in de zorg en worden er zelden waardevrije en nieuwsgierige vragen gesteld aan zorgprofessionals vanuit de leiding. Top-down sturen, op afstand proberen de organisatie te beheersen en keihard snoeien in randvoorwaarden is al jarenlang de reflex bij teruglopende financiering. De werkomstandigheden op de werkvloer worden hierdoor steeds schraler en zorgverleners houden het niet meer vol, af te lezen aan recordbrekende verzuim en verloopcijfers.

De hoogte van tarieven die zorgorganisaties krijgen heeft een zeer beperkte relatie tot de bedrijfsvoering van zorgorganisaties. Anders gezegd; zorgorganisaties moeten proberen overeind te blijven met steeds krappere financiering, maar wel steeds verder uitdijende CAO’s. Tarieven dalen / blijven gelijk en kosten stijgen. Een onhoudbare situatie die inmiddels de eerste grotere organisaties om heeft doen vallen en dat komt het vertrouwen niet ten goede. Tarieven voor zorgorganisaties stijgen niet zomaar mee met een nieuwe CAO. Hoe rijg je dat aan elkaar vanuit de leiding? De werkgever kan als gevolg daarvan nu niet anders dan kosten besparen op teamvorming, opleidingen en inzet van manskracht. Sociale waardering is steeds minder aan de orde. De cultuur verslechtert en zorgverleners voelen zich niet gezien en niet gehoord. Zorgorganisaties zien met lede ogen hun werknemers vertrekken en krijgen de zwarte piet toegeschoven. ‘Het management’ is één van de meest aangewezen redenen voor vertrek. Het zzp-schap groeit tegen de klippen op. Toch is er tot op heden vooral veel kritiek op het bestaan van de zzp’ers, in plaats van dat men zich afvraagt hoe het zover heeft kunnen komen.

Samengevat: de zorgorganisatie kampt met tekortschietende competenties op het vlak van strategische HR en waarderend werkgeverschap. Financiering van zorg blijft achter bij de benodigde randvoorwaarden om dit te realiseren.

De zorgverzekeraar is gehouden aan beperking van uitgaven

Zorgverzekeraars zijn bedrijven met een maatschappelijke opdracht waar het beperken van de schadelast prioriteit is, zodat ze overeind blijven. Eén zin die twee misschien wel onverenigbare zaken laat zien, maar ze hebben de klus wel toebedeeld gekregen. Het Nederlandse systeem is nergens anders vertoond, dus er is geen onderbouwing of dit wel werkt. Alhoewel zorgverzekeraars gehouden zijn aan het beschikbaar stellen van tijdige kwalitatief goede zorg op redelijke afstand, heeft het financiële aspect zich de afgelopen jaren steeds verder opgedrongen. Niet in de minste plaats omdat zij ervaren hoevéél zorg er wordt betrokken door hun verzekerden. Als je niet precies kunt voorspellen hoeveel schade je moet uitbetalen, ga je aan de veilig kant zitten en keer je liever niet uit. Verzekerden en zorgprofessionals worden inmiddels veelvuldig geconfronteerd met de excessen die het beperken van schadelast vanuit zorgverzekeraars met zich meebrengen.

Het zuiver sturen op het beperken van uitgaven leidt tot allerlei ongewenst gedrag. Verzekerden die hun recht op zorg niet kunnen verzilveren worden gelabeld als ‘individuele casuïstiek’. Eventuele trends van falende zorginkoop worden tot op heden vooral terzijde geschoven. Een belangrijke factor die dat mogelijk maakt is dat zorgverzekeraars geen feedbacksysteem hebben op het niveau van hun verzekerden. Hoe zorg beleefd wordt en of zorg wel überhaupt geleverd is, wordt niet op individueel niveau geverifieerd. Zorgverzekeraars kopen dus wel in, maar hebben geen cyclisch proces van leren en verbeteren geïntegreerd. Daar lijken ze de noodzaak niet van in te zien, onder meer omdat gecontracteerde organisaties ‘zorgplicht’ hebben. Die organisaties moeten onder alle omstandigheden blijven leveren. Geregeld, toch? Helaas. Tekortschietende contractering is aan de orde van de dag, cliënten worden geweigerd en om die reden groeit niet-gecontracteerde zorg – het overloopventiel van de zorg. Het tackelen van niet-gecontracteerde zorg om kosten te kunnen beheersen is een belangrijk lobby item van zorgverzekeraars richting de minister, ook al hebben verzekerden en zorgprofessionals veel baat bij deze vorm van zorg verlenen. Ook hier geldt dat het beperken van uitgaven aan zorg prioriteit heeft, dit onder het mom van ‘beperken van zorgkosten’ als ‘maatschappelijke opdracht’.

Samengevat: zorgverzekeraars ervaren steeds meer problemen in het vervullen van hun missie, maar zijn hier niet authentiek en transparant over omdat ze graag in positie blijven. Ongewenst gedrag zal tot consequenties moeten leiden vanuit de toezichthouder

De overheid leunt op de zorgverzekeraar voor het antwoord

Hoe verdeel je € 100 miljard op een nette wijze? Hoe beperk je de uitgaven aan zorg? Voor deze twee vragen vindt de overheid en de politiek nog steeds antwoorden bij het loket dat zorgverzekeraars heet. Onder het mom van ‘maatschappelijke opgaaf’ houdt men de opdracht aan zorgverzekeraars in stand. Tot op heden heeft de overheid haar oor laten hangen naar deze partijen om tot antwoorden te komen, maar ook zij ziet inmiddels dat er gaten te schieten zijn in het glossy verhaal van zorgverzekeraars. De eerste signalen om tot een stelselwijziging te komen gaan inmiddels op. We hebben echter twee ministers op het zorgdossier zitten die beiden niet echt zitten te wachten op verstoring van de bestaande orde. Alhoewel de overheid wel over alle toezichthoudende partijen beschikt om tot een scherpere balans te komen binnen de zorgsector, slaan deze nog maar beperkt aan. De spanning loopt dus op. Daarnaast is er het probleem dat ‘transitie’ heet en de verdeling van gelden over de ZVW, WMO en Wlz met zich meebrengt. De schotten in financiering zorgt voor veel spanning bij de burger die zorg nodig heeft en het kantelen van het zorgsysteem brengt ook vragen met zich mee die betrekking hebben op de nut en noodzaak van die versplinterde wijze van werken. Kortom, een leeuwenklus.

Samengevat: de overheid en politiek leunen nog steeds op zorgverzekeraars voor antwoorden, maar de praktijk dringt zich op en beelden over systeemfalen nemen toe.

De burger kiest de overheid én wil zo min mogelijk betalen

We zijn begonnen met de burger en we eindigen er ook mee. Uiteindelijk kiest de burger namelijk de partijen die bewindvoerders moeten leveren die het zorgsysteem moeten kantelen. Zou jij de minister willen zijn die het zorgsysteem omgooide en met de boodschap kwam dat dat mooie brede basispakket eigenlijk niet te betalen is? € 100 miljard aan zorgkosten en stijgende. Het onderliggende probleem is naar mijn mening dat de burger zeer duaal is in zijn boodschap: ik wil niet teveel geld kwijt zijn aan zorg en wil dus een scherpe zorgpremie, maar wil wel graag dat zorg alles omvattend is. Kijk het filmpje hieronder vooral even uit. Weinig premie en maximale rechten zijn twee zaken die niet verenigbaar zijn, maar we doorleven het nu wel. Het is een politiek onmogelijke opgave om zoiets te kantelen zonder gezichtsverlies en de vraag is welke partij de moed en bereidheid heeft om dit anders in te richten. Tot die tijd lopen zorgbehoevenden en zorgverleners het op en neemt de druk op het systeem steeds verder toe. Als ik het zo optel is dat misschien wel logisch.

Samengevat: blijven we dezelfde zorg bieden en zijn we bereid meer te betalen, of beperken we de zorgkosten en zijn we bereid minder (gefinancierde) zorg te accepteren?

Als brancheorganisatie voor zzp’ers in de zorg zijn we van mening dat we vanuit vertrouwen moeten werken aan nieuwe organisatiemodellen binnen de zorg, om deze betaalbaar en beschikbaar te houden. De zzp’er in de zorg hoort onderdeel uit te maken van dit systeem. Ook in 2020 doen we ons uiterste best om verder te bouwen aan de positie van de zzp’er in de zorg. Doe je mee?

Dit artikel delen