Nieuws

Wie is hier nou de deskundige?

vrijdag 5 juli 2019    Dit artikel delen

Thuiszorgverpleegkundigen boos over tijdrovende indicatiestelling

Een praktijkschets: mevrouw Jansen (87) woont zelfstandig. Bij de indicatiestelling constateert de thuiszorgdeskundige dat reuma, een rughernia, heupartrose en incontinentie haar ernstig belemmeren bij haar dagelijkse bezigheden. Maar omdat de zorgverzekeraar het zorgplan afwijst, moet de thuiszorgdeskundige weer in de telefoon klimmen…

Wijkverpleegkundigen Maria Levinskaja en Suehela Mourid van Liliacare in Rotterdam worden er moedeloos van. Sinds 1 januari moeten ze bij elke nieuwe aanvraag eerst een zogenaamde machtiging aanvragen bij zorgverzekeraars met wie ze geen overeenkomst hebben. En die machtiging wordt niet meer zo snel toegekend. Sterker nog: bijna elk detail van de indicatiestelling wordt in twijfel getrokken.

Uren discussiëren

Maria: “Meestal ontvangen we een afwijzing zonder onderbouwing. Dus dan bellen we naar de zorgverzekeraar. Dat zijn geen fijne gesprekken, want ze kosten veel tijd. Vaak zelfs een veelvoud van de vergoeding voor de drie uren die we nu per indicatiestelling ontvangen.”

Suehela: “Toch gaan we het gesprek aan, het is namelijk ook een principekwestie. We hebben zo’n zorgplan immers niet voor niets zo opgesteld. Een afwijzing is gewoon een keiharde ontkenning van onze deskundigheid. We hebben de situatie ter plekke onderzocht en daarna zorgvuldig afgewogen of thuiszorg noodzakelijk is. Daar zijn we op hbo-niveau voor opgeleid. Zorgverzekeraars mogen er dus op rekenen dat we tot een professioneel en deskundig advies kunnen komen. Toch lijkt het alsof ze daar geen boodschap meer aan hebben. Onze deskundigheid wordt volledig genegeerd.”

Van achter hun bureau

Maria: “Als we bellen, moeten we vaak in discussie met kantoormedewerkers. Daarvan weten we dat ze vaak geen ervaring hebben in de thuiszorg. Dan denk ik echt: wat wéét jij nou? Je hebt geen contact gehad met mijn cliënt en je beoordeelt zijn of haar situatie van achter een bureau. Puur en alleen op basis van informatie in systemen, voor zover die al is vastgelegd. In het voorbeeld van mevrouw Jansen ging het daar mis. Over haar waren bij de zorgverzekeraar namelijk geen eerdere behandelgegevens bekend. Ze moest dus eerst maar eens naar een fysiotherapeut, vonden ze.”

Boze familieleden

Suehela: “Als het ons niet lukt om passende thuiszorg te regelen, zijn wij de boosdoeners in de ogen van onze cliënten en hun familieleden. Dat snap ik best, want sommige afwijzingen zijn nauwelijks uit te leggen aan een cliënt. Maar door foute inschattingen van derden hebben we dus wel vaak kwade familieleden aan de lijn die óns van alles verwijten. Dat we ons werk niet goed doen bijvoorbeeld. Dat doet elke keer weer pijn. Ik heb immers voor dit vak gekozen om mensen te kunnen helpen.”

Alleen bij niet-gecontracteerde zorg

De hele procedure rond het aanvragen van zo’n machtiging deugt niet, vinden Maria en Suehela. “Zo zou de zorgverzekeraar binnen tien werkdagen moeten reageren op een aanvraag”, legt Maria uit. “Maar negen van de tien keer moeten we er zelf achteraan. Voor de volledigheid: meestal zijn we dan al begonnen met het verlenen van de zorg, zonder dat we weten of het vergoed gaat worden. De contactpersoon bij de zorgverzekeraar wil het volledige zorgplan vervolgens tot in detail met ons doornemen. Dan denk ik echt: wie is hier nou de ervaringsdeskundige? Ik wéét hoeveel tijd elke handeling kost in deze specifieke situatie. Dan kan er op papier wel tien minuten voor staan, maar ik zie met eigen ogen dat er bij mevrouw Jansen twintig minuten voor nodig zijn.” Suehela vult aan: “En het ergste is: we zien natuurlijk ook vaak plannen voorbij komen van collega’s voor gecontracteerde zorg. Daar staan soms zaken in waarvan ik weet dat wij die er nooit doorheen zouden krijgen. Die vallen soms niet eens onder de zorgverzekeringswet. Dat maakt het extra frustrerend.”

De moed opgeven

Maria en Suehela hebben veel collega’s die hierdoor de moed opgeven en stoppen. “Het is vechten tegen de bierkaai”, aldus Suehela. “Ook wij geven steeds vaker toe, om toch maar tot een compromis te komen en íets van de benodigde zorg toegekend te krijgen. Maar je begrijpt: dat schuurt. Het voelt verkeerd dat onze deskundigheid niet op waarde wordt geschat. Bij een arts gaan zorgverzekeraars toch ook niet in discussie over een diagnose? We willen gewoon kunnen indiceren op de manier waarop we het geleerd hebben. Maar sommige zorgverzekeraars denken het beter te weten.”

Waarschuwing

De conclusie van Maria en Suehela: cliënten krijgen in de meeste gevallen niet de zorg die ze nodig hebben. Bovendien zijn de verschillen tussen de diverse zorgverzekeraars groot. Daarom waarschuwt het duo voor een toename van incidenten als gevolg van te krap ingemeten of afgewezen zorg. Denk aan val- en prikincidenten of zelfs ziekenhuisopnames. Maria: “Het lijkt alsof er eerst iets ernstigs moet gebeuren voor er zorg kan worden toegekend. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?”

Dit artikel delen