Nieuws

Zorgprofessionals op ramkoers met zorgpolder

dinsdag 17 september 2019    Dit artikel delen

De zorgsector piept en kraakt onder het geweld van de zorgprofessional. De afgelopen jaren is er een beweging op gang gekomen die vooral laat zien dat de zorgverlener zich niet meer door een minister, werkgever of zorgverzekeraar laat vertellen onder welke omstandigheden zij zorg zouden moeten verlenen. De druk van enorme personeelstekorten, torenhoog verzuim en extreme mobiliteit onder werkenden in de zorg leidt tot op heden niet tot ander gedrag van de zorgpolder. We gaan richting een climax.

Het oude denken..

Van oudsher bedenken werkgevers en vakbonden wat goed is voor de mensen die in de zorg werken. Vastgelegd in het statuut van de CAO, staat het structuurdenken nog steeds centraal. De kaders over materiële waardering, vakantie-uren en scholingsmogelijkheden hebben vooral hun oriëntatie op ‘arbeidsvoorwaarden’. Als die goed zijn, dan zijn medewerkers tevreden – zo is de heersende gedachte. Een vast salaris binnen een vast contract biedt voorspelbaarheid en structuur. Daar zouden mensen naar op zoek zijn.

Als er niet wordt gereageerd op vacatures van werkgevers, dan is de zorgpolder gewend om dat ‘arbeidsmarkttekorten‘ te noemen. Als we inzoomen op specifiek beleid dat gericht is op het aanpakken van die tekorten, dan zien we bijvoorbeeld bij de RAAT actieplannen dat daar alleen diezelfde polder actief is. Het programma ondersteunt regionale werkgeversorganisaties, omdat daar de oplossing voor het probleem op de arbeidsmarkt moet ontstaan. De gedachtegang hierbij is dat als er voldoende instroom is, we uiteindelijk voldoende zorgmedewerkers hebben. Het aantal verstrekte contracten is de maatgevende norm.

.. maakt plaats voor eigen regie van de professional

De zorgprofessionals zelf spreken andere taal dan ‘arbeidsvoorwaarden’ en CAO. Zorgverleners delen hun behoeftes in taal als ‘werkplezier’, ‘flexibiliteit’ en ‘werkomstandigheden’. Na vele jaren hun leed gedeeld te hebben over administratieve lasten, werkdruk en te weinig zeggenschap, vinden ze het genoeg geweest. Ondanks alle arbeidsmarktprogramma’s op regionaal en landelijk niveau, liep de werkdruk namelijk verder op binnen de instelling en kwamen er geen collega’s bij. Alle vergadertafels ten spijt, hebben de huidige medewerkers in de praktijk meer last van hun omstandigheden dan ooit te voren. Het verzuim is inmiddels torenhoog en het verloop breekt records. Nieuwkomers vinden de praktijk van de zorg te confronterend. Tot wel 50% van de jongeren neemt voor de afronding van hun opleiding al afscheid van de zorg. Daarnaast zijn er signalen dat instellingen soms ziekmakende omgevingen zijn die zorgen voor psychische klachten. De alles overkoepelende reactie van zorgverleners die wel in de sector blijven is dat zij vooral flex willen worden. Flexibel, welteverstaan. Een groot deel van deze professionals verlaat het vaste dienstverband en gaat zelfstandig verder. Een aantal zorgverleners stopt helemaal en kiest voor een ander vak.

De eigen regie lonkt. Was een jaar of tien geleden detachering en uitzenden nog een trend, inmiddels is het een hype om een KvK-nummer op te halen en voor jezelf te starten in de zorg. De tevredenheid hierover is torenhoog, zoals we ook vorige week tijdens ons ledenevent weer hebben gemerkt. De energie in de zorgsector zit overduidelijk bij zelfstandigen.

We zijn de fase van ‘Vroege Adopters’ inmiddels voorbij. Met zo’n 135.000 zzp’ers in de zorg in totaal en een groei van zo’n 1200 per maand voorzien wij dat we inmiddels in de eerste fase van ‘Vroege Meerderheid’ zijn aanbeland. We zijn inmiddels een omslagpunt voorbij. Dit heeft alles te maken met het volume aan zzp’ers en de informatie die er tussen zorgprofessionals onderling over het zelfstandig ondernemerschap wordt uitgewisseld.

Het vaste dienstverband is niet langer de norm in de zorg.

Een onvermijdelijke maatschappelijke tendens..

Voor wie iets verder kijkt dan de zorgsector, ziet deze werkenden een beweging maken die in het verlengde ligt van een bredere maatschappelijke tendens. Werkgeversorganisaties en vakbonden zijn steeds minder representatief te noemen. De arbeidsmarkt heeft een andere energie nodig en die boodschap wordt steeds luider overgebracht. Als we arbeidsvormen zoals ‘dienstverband’ en ‘zzp’ even loslaten, dan zien we werkenden vooral een beweging maken naar flexibiliteit en eigen regie. Niet gehinderd door contractvormen en met een focus op het zelf inrichten van het werkende leven en de zekerheden die daar (al niet dan) bij gelden, winnen initiatieven zoals die van de Werkvereniging steeds meer terrein. Maar ook de wat meer traditionele zzp belangenorganisaties hebben hierin een steeds prominentere rol. Het vorige week geïntroduceerde Manifest Moderne Arbeidsmarkt door PZO en ZZP Nederland, laat goed zien in welke denkrichting ook zzp organisaties redeneren. Los van de arbeidsvorm en meer richting ‘werken’ op een wijze die bij je past. Ondernemerschap maakt daar onlosmakelijk onderdeel vanuit. Het mooie verslag van ZIPconomy hierover is het lezen waard. Het Manifest zelf vind je hier. Dhr. Borstlap, die op dit moment een uitgebreid onderzoek doet naar de arbeidsmarkt, stelde het kristalhelder: “het vaste dienstverband is niet langer het uitgangspunt”.

.. terwijl de zzp’er in de zorg fors wordt tegengewerkt

Terug naar de sector die leunt op 1,2 miljoen zorgverleners. Dwars door oude structuren en het dienstverband-denken heen, worstelen de zelfstandige zorgverleners iedere dag om een inkomen te verwerven. We blijken niet bepaald zuinig op de zorgprofessionals met een KvK-nummer. De zelfstandige zorgverlener treft geduchte gevestigde tegenstanders, wiens belang het niet is om individuele professionals bewegingsruimte te geven. Zzp’ers zouden professionals in dienstverband loonruimte ontnemen, aldus de ziekenhuizen. De vinger wijzen naar die volstrekt ‘ondoelmatig’ werkende zzp’ers is inmiddels gebruikelijk geworden. Prominente financiers zoals zorgverzekeraars, vragen de minister openlijk om drempels op te werpen voor zelfstandigen. Die daar op zijn beurt graag mee instemt, om op die wijze enkele werkgevers nog veel groter te maken.

Dat juist deze werkgevers treurige verzuim en verloopcijfers hebben en inmiddels structureel leunen op flex omdat zorgverleners daar niet meer in dienst willen zijn, blijkt niet relevant. Eenvoudige en overzichtelijke inkoop van zorg heeft prioriteit boven het welzijn van zorgprofessionals. In plaats van een beweging naar de nieuwe omstandigheden op de arbeidsmarkt, vertellen zorgverzekeraars liever alvast dat de burger met al die vacatures in de zorg niet langer hoeft te rekenen op zorg. Dat er zo’n 40.000 extra verzorgenden en verpleegkundigen in de thuiszorg actief zouden kunnen zijn wordt niet vermeld. Die professionals zijn namelijk zelfstandig en niet interessant genoeg.

Zijn zorgverzekeraars dan in het geheel niet betrokken bij de ontwikkeling van de arbeidsmarkt in de zorg? Zeker wel, want de arbeidsmarkt is ‘een van de grootste uitdagingen in de zorg‘. “Professionals moeten de ruimte krijgen om zich écht op hun vak te concentreren, zich te ontwikkelen en daarbij het vertrouwen krijgen dat ze als professionals verdienen.

Mits ze kiezen voor een dienstverband natuurlijk.

Ondertussen wordt de samenwerking tussen zelfstandigen en de grootste financiers in de zorg er niet beter op. De relatie tussen individuele zorgaanbieders (zzp’ers) en zorgverzekeraars kenmerkt zich inmiddels door wantrouwen. Of zoals Zorgvisie treffend verwoordde bij een onderzoek dat vorige week werd gepubliceerd: de angst regeert. We komen veel praktijkvoorbeelden tegen waarbij zzp’ers door zorgverzekeraars worden geforceerd om als onderaannemer voor (gecontracteerde) zorgorganisaties / samenwerkingsverbanden / platformen actief te zijn, terwijl juist onderaannemerschap in de zorg al jaren problematisch is en hun arbeidsrechtelijke situatie op zijn zachtst gezegd kwetsbaar is.

Ook komen we onlangs een praktijkvoorbeeld tegen waarbij een zzp’er een kruisje verkeerd zet binnen de eigen praktijk en een claim van € 200.000 van een zorgverzekeraar ontvangt. Want de behandeling van een zzp’er is tot op heden dezelfde als van een zorgorganisatie. Dat de zorg daadwerkelijk geleverd is doet er in zo’n geval niet toe. Naderend persoonlijk faillissement al helemaal niet. Er moet een voorbeeld gesteld worden, zo wordt duidelijk als de zzp’er tijdens ons congres vorige week haar verhaal doet.

Dat zzp’ers geforceerd worden om zonder eigen contract te werken omdat ze de mogelijkheid van een eigen contract niet aangeboden krijgen, lijkt er vorige week niet toe te doen als het Algemeen Overleg wijkverpleging de oplopende uitgaven aan niet gecontracteerde zorg bespreekt. Het is allemaal ‘oneerlijk’, volgens de minister dat er 2,7 maal zoveel zorg wordt geleverd door kleine niet gecontracteerde zorgaanbieders. Dat het onmogelijk is voor zzp’ers om 2,7 keer meer te declareren bij een zorgverzekeraar wordt gemakshalve achterwege gelaten. Het moet de zzp’er onmogelijk gemaakt worden om zelfstandig actief te kunnen zijn in de wijkverpleging. Grote werkgevers moeten vooral nog veel groter worden.

Onvermijdelijke climax

60% van onze leden geeft aan de zorg te verlaten als zij terug in een dienstverband moeten. De tevredenheid over het zelfstandig ondernemerschap krijgt een cijfer van 8,5. Cliënten van zzp’ers zijn zeer tevreden over de geboden zorg. Ieder jaar schrijven bijna 15.000 zorgverleners zich in bij de KvK. Ruim 10% van alle zorgprofessionals is inmiddels zelfstandig. Zij nemen inmiddels 7% in van de personele capaciteit binnen instellingen. Toch blijven de gevestigde partijen traditioneel werkgeverschap als vertrekpunt nemen.

Het is onze stellige overtuiging dat de zzp’er in de zorg inmiddels zo’n 5 jaar een heel belangrijk signaal geeft over de werkomstandigheden binnen de zorg. We schrijven er als brancheorganisatie al jaren over. Toch zag het woord ‘behoud’ (van medewerkers) pas in september vorig jaar voor het eerst het daglicht via een kamerbrief van de minister. Too little, too late. De achterdeur van zorgorganisaties staat wagenwijd open door een chronisch gebrek aan waarderend werkgeverschap. Dit proces heeft zich vele jaren voltrokken en heeft zich inmiddels vertaald in een grote uitstroom. Aangezien het ruim 4 jaar duurt voordat een werkgever als een aantrekkelijke werkgever gepositioneerd is en de uitstroom zo groot is, gaan we in de zorg richting een onvermijdelijke climax. De stille revolutie van de zorgprofessional is in volle gang.

“The power of the people is much stronger than the people in power”― Wael Ghonim

Dit artikel delen