Nieuws

Zorgverzekeraars beperken in 2021 contractering solistische zorgaanbieders

maandag 4 mei 2020    Dit artikel delen

Het hoofdlijnen akkoord wijkverpleging 2019 – 2022 is eind dit jaar op de helft van haar termijn. In dat akkoord stond onder meer dat “aanbieders, inclusief kleine zorgaanbieders, die zorg van goede kwaliteit op doelmatige wijze leveren kunnen deelnemen aan het contracteerproces.” Daarnaast wekte minister de Jonge eind vorig jaar met zijn naderende wetsvoorstel ‘bevordering contractering’ de indruk dat breder contracteren een doel is. Dat volgde ook uit meerdere Kamerbrieven, zoals deze brief uit 2018: ‘Concreet betekent dit dat er in elk geval over en weer contact moet zijn over een mogelijk contract, ook in geval van kleine en nieuwe aanbieders”. 

Het inkoopbeleid van zorgverzekeraars voor 2021 laat een heel ander beeld zien: de mogelijkheden voor kleine zorgaanbieders om een contract te krijgen nemen verder af. Deze ontwikkeling ligt in lijn met het beeld van vorig jaar, waarin ook geen enkele toenadering is gezocht richting kleinschalige zorgaanbieders. Cijfers van Vektis bevestigen het beeld dat er procentueel steeds minder zorgaanbieders worden gecontracteerd. In 2018 was 22% van de zorgaanbieders in de wijkverpleging gecontracteerd. In 2016 was dit nog 31%. Andersom gesteld werkten in 2018 78% van de zorgaanbieders in de wijkverpleging volledig zonder contract.

Deze week publiceren we dagelijks een artikel over het inkoopbeleid van een specifieke zorgverzekeraar. Vandaag starten we met een overkoepelend artikel.

Zorgverzekeraar stopt met individuele contractering zzp’ers

Vanaf 2022 biedt zorgverzekeraar CZ geen individuele overeenkomsten meer aan en in 2021 nog uitsluitend aan zzp’ers die in 2020 al een overeenkomsten hadden. De contracteringsmogelijkheden waren al niet ruim, omdat alleen verpleegkundigen met niveau 5 de afgelopen jaren de mogelijkheid hadden op een contract. Zeker als je bedenkt dat het leeuwendeel van de thuiszorg wordt geleverd door niveau 3 en deels niveau 4, dan was deze beperking van niveau 5 altijd al niet passend bij de praktijk.

De afgelopen jaren heeft CZ bij meerdere gecontracteerde wijkverpleegkundigen erop aangedrongen om andere zzp’ers als onderaannemer te contracteren om de zorg in de wijk vorm te geven. In die gevallen werd het budget voor die wijkverpleegkundigen opgerekt en werden zij in feite de rol van een formele zorgorganisatie in geduwd, met alle aanvullende eisen die daarbij horen. Het bleek namelijk vrij ingewikkeld om als gecontracteerde niveau 5 een niet-gecontracteerd team van niveau 3 en 4 de zorg te laten leveren.

De onderaannemerconstructie bevalt CZ goed, wat blijkt uit het feit dat zij dit jaar aangeven dat samenwerkingsverbanden (“Zorgcoöperaties”) van zzp’ers wel een contract kunnen krijgen. Minimaal 10 en maximaal 100 zzp’ers kunnen op die wijze indirect gecontracteerd worden. CZ reikt hier de coöperatie als werkvorm aan. Dat klinkt op zich sympathiek, ware het niet dat onderaannemerschap voor zzp’ers al jaren een ingewikkelde discussie is en de coöperatieve samenwerking nogal wat haken en ogen kent. Al jaren pleiten wij al jaren voor individuele contractering; het is fiscaal en arbeidsrechtelijk veel veiliger.

Zorgverzekeraar beperkt inzet van zzp’er als onderaannemer

In het contracteerbeleid van 2021 stelt diezelfde zorgverzekeraar CZ dat vanaf 2024 de inzet van zzp’ers als onderaannemer van een gecontracteerde zorgorganisatie, niet meer dan 50% mag zijn. Dat lijkt tegenstrijdig aan het punt dat bij een coöperatie van zzp’ers het wel 100% onderaanneming mag zijn, maar dat terzijde. Belangrijker nog is het punt dat het beperken van de inzet van zzp’ers volledig tegenovergesteld is aan de ontwikkeling van de arbeidsmarkt.

De afgelopen jaren is het aantal zzp’ers enorm toegenomen, met name bepaald door het feit dat de omstandigheden in een dienstverband niet meer werken. Veel zorgorganisaties zijn afhankelijk geworden van de inzet van zzp’ers, doordat vacatures niet meer vervuld worden. De professionals zijn er wel, maar willen niet langer in een knellend dienstverband vastzitten. Het is opvallend dat CZ niet aanstuurt op het voorkomen van uitstroom uit dienstverband, bijvoorbeeld door zorginstellingen te belonen voor goed werkgeverschap, maar het onmogelijk maken van de inzet van zzp’ers. Zeker als je bedenkt dat de zorgverzekeraar in eerste instantie zorgplicht heeft richting haar verzekerden en 60% van de zzp’ers aangeven de zorg te verlaten als zij niet als zzp’er verder kunnen, vraag je je af waar dit soort beslissingen vandaan komen.

In een toelichting laat CZ overigens zien hoe zij kijkt naar Personeel Niet In Loondienst (PNIL)

CZ groep vindt het belangrijk dat zorgaanbieders kunnen investeren in hun medewerkers. Zo kunnen zij de kwaliteit van de zorg bevorderen en verhogende kosten door de inzet van personeel dat niet in loondienst is voorkomen… Daarnaast is een structurele invulling van vacatures met personeel dat niet in loondienst is ongewenst vanwege de kwaliteit…

Waar CZ op baseert dat de kwaliteit van zorg door flex zorgverleners minder goed zou zijn dan vaste medewerkers, wordt niet duidelijk. Zorgverzekeraars Zilveren Kruis, Menzis, VGZ, DSW, Zorg & Zekerheid, ASR en ENO reppen in hun inkoopdocumenten met geen woord over de kwaliteit van werkgeverschap, het terugdringen van verzuim, verloop of het verhogen van medewerkerstevredenheid.

Zorgverzekeraar sluit contractering van zzp’er via inkoopeisen uit

Het verwijt richting niet-gecontracteerde zorg is dat dit ruim tweemaal duurder zou uitvallen dan gecontracteerde zorg. Het maken van (contract)afspraken met zoveel mogelijk zorgaanbieders zou om die reden een belangrijke reden zijn om de contractering ‘te bevorderen’. Dan moeten de inkoopeisen wel zó zijn dat je als zorgaanbieder ook een contract kunt krijgen.

Zilveren Kruis laat ook dit jaar weer zien dat zij alle solistisch werkenden uitsluiten via haar inkoopeisen. De eisen die Zilveren Kruis stelt aan zorgaanbieders kunnen technisch gezien niet gehaald worden door solistisch werkenden en daarmee blokkeren zij indirect zzp’ers in de wijkverpleging: individuele zzp’ers worden door Zilveren Kruis niet gecontracteerd.

Het gevolg hiervan is dat solistisch werkenden op dit moment aangewezen zijn op niet-gecontracteerde zorg omdat zij geen andere mogelijkheid hebben, maar daarnaast het verwijt krijgen dat die niet-gecontracteerde zorg onevenredig duur is en beperkt moet worden.

In de praktijk betekent dit dat de zzp’er in de thuiszorg geen kant op kan, ondanks dat het Hoofdlijnen akkoord wijkverpleging nu al jaren stelt dat er mogelijkheden zouden worden gecreëerd. Zorgverzekeraars pakken die rol niet op. Het is dan ook niet verwonderlijk dat het laatste rapport van Vektis laat zien dat er slechts 14 van de 1511 solistisch werkenden gecontracteerd zijn door zorgverzekeraars. Oftewel, minder dan 1% van de solistisch werkenden is gecontracteerd.

Contractering wordt niet ‘bevorderd’, maar beperkt

Als we kijken naar de ontwikkeling van contractering van zorgaanbieders en we pakken het laatste rapport erbij van Vektis, dan zien we het percentage zorgaanbieders met een contract verminderen. Wat ons betreft is er geen sprake van bevordering van contractering, maar een beperking ervan. Grote zorgorganisaties worden ondanks hun hoge verzuim en verloopcijfers alsmaar groter gemaakt, terwijl het percentage zorgaanbieders dat werkt onder een contract steeds verder afneemt.

Als we alle zorgaanbieders, dus solistisch werkenden en instellingen uit het Vektis rapport samenbrengen, dan zien we dit. In 2016 hadden 1389 van de in totaal 2018 zorgaanbieders in de wijkverpleging geen enkele vorm van contract. Dat is 69% van de zorgaanbieders die zonder contract werken. In 2018 werkten 2225 van de in totaal 2855 zorgaanbieders volledig zonder contract. In dat jaar werkte 78% van de zorgaanbieders niet-gecontracteerd, wat dus 9% minder is dan twee jaar ervoor. Inmiddels zijn we twee jaar verder en is het 2020.

Waar is de NZa?

De NZa heeft een toezichthoudende rol op contractering. Zij heeft namelijk de verantwoordelijkheid om de zorgplicht van zorgverzekeraars richting verzekerden te beoordelen en contractering is het ‘voertuig’ waarmee die zorgplicht wordt ingericht. De NZa heeft dus iets te vinden van de mate waarin zorgaanbieders worden gecontracteerd. Zou het de NZa dan niet opvallen dat solistische zorgaanbieders steeds verder worden uitgesloten van contractering?

Als we de laatste monitor Wijkverpleging van de NZa erbij pakken, dan staat er dit over de zzp’er beschreven. “Eénpitter-zzp’ers worden net als vorig jaar door drie zorgverzekeraars niet gecontracteerd. Wel accepteren deze zorgverzekeraars zzp’ers, die aangesloten zijn bij een samenwerkingsverband of coöperatie. De vier overige zorgverzekeraars accepteren wel éénpitters, mits de kwaliteit en de beschikbaarheid voor de verzekerde geborgd is.” Kortom, de NZa stelt hier dat zij op de hoogte is dat solistische zorgaanbieders beperkt gecontracteerd worden en dat er aangestuurd wordt op onderaannemingsconstructies.

Is het dan niet van belang dat de NZa in haar ‘monitor Wijkverpleging’ bij solistisch werkenden uitvraagt wat zij daarvan vinden? Dat blijkt niet het geval. “Zzp’ers zijn niet benaderd voor het onderzoek, omdat uit een eerdere monitor bleek dat deze vrijwel niet worden gecontracteerd (Monitor Wijkverpleging 2016), onlangs werd dit bevestigd in het onderzoek dat Vektis deed naar ongecontracteerde zorg.” Het orgaan dat dus juist onderzoek zou moeten doen naar de ontwikkeling van contractering en zich af zou moeten vragen waarom slechts 1% van alle solistisch werkenden is gecontacteerd, neemt die beperkte contractering juist als reden om géén onderzoek te doen. We hebben de NZa gevraagd hoe zij tot deze redenatie komt.

Geen bevordering, maar beperking

Ondanks de toezeggingen van de minister en de beloftes in het hoofdlijnenakkoord Wijkverpleging, hebben zorgverzekeraars de laatste jaren juist een tegenovergestelde beweging laten zien. Het voornemen om niet-gecontracteerde zorg verder te belemmeren onder het mom van ondoelmatige zorg is wat ons betreft onvoldoende onderbouwd en het beleid is voortijdig ingezet. Zolang er sprake is van uitsluiting van zorgaanbieders, is een strikte focus op contractering onwenselijk. Zorgverzekeraars hebben de laatste jaren laten zien geen intrinsieke motivatie te hebben om aan de slag te gaan met kleinschalige zorgaanbieders. Zolang dat niet opgelost is maar deze groep een steeds groter deel uitmaakt van bijvoorbeeld de wijkverpleging, is het onwenselijk om contractering heilig te verklaren.

SoloPartners publiceert de aankomende dagen meer details over het inkoopbeleid van de vier grootste zorgverzekeraars. Daarnaast maken we ons hard voor het voorkomen van beperkende maatregelen voor zzp’ers in de zorg. Stel je deze activiteiten op prijs? Sluit je dan aan als lid en steun ons >>

Dit artikel delen