Nieuws

Opvolger wet DBA struikelt over Europese rechten. Uitstel tot 2021.

dinsdag 27 november 2018    Dit artikel delen
Update wet dba

In maart dit jaar kwam in het regeerakkoord naar voren hoe een invulling gegeven zou kunnen worden aan de wet DBA. Het idee was om met een ‘opdrachtgeversverklaring’ te gaan werken, die boven een minimum uurtarief van 15- 18 euro in werking zou treden. Onder die 15 – 18 euro zou de zzp’er in spé sowieso in een dienstverband terecht komen. Inmiddels blijkt uit de Kamerbrief dat Europese wetgeving uit 2006 een ondergrens waarschijnlijk niet toe staat.

Het idee

De uitgangspunten voor de opvolger van de wet DBA waren (1) het niet toestaan van een opdracht aan een zzp’er onder een tarief 15 – 18 euro per uur, (2) geen discussie meer over wel of geen ondernemerschap bij een tarief boven de 75 euro per uur (je zou dan onmiddellijk ondernemer zijn) en (3) een digitale webmodule die een uitspraak geeft over de relatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer bij een tarief tussen de 15 en 75 euro. Het laatste nieuws is dat het geheel nu haakt op dat minimum tarief.

Het idee achter dat minimum tarief was dat de status van zzp’er zijn, ofwel IB-ondernemerschap, niet geloofwaardig is bij dienstverleners met een heel laag tarief. De rechter is het hier niet zomaar mee eens, maar de stellingname van het kabinet is wel op deze wijze ingericht. Personen die zo’n laag uurtarief berekenen zouden ‘schijnzelfstandigen’ zijn die de criteria voor ondernemerschap niet dichtlopen en sociale zekerheden zouden moeten genieten. Door met een minimum tarief te werken zou er een enorme groep met dienstverleners in één keer niet meer in aanmerking komen voor de status van ondernemer. Het perspectief van deze wet is het perspectief van de overheid. We moeten schijnconstructies voorkomen en voor onze kwetsbare burgers zorgen.

De belemmering

De Europese wetgeving blijkt echter uit te gaan van de rechten van het individu. ‘Vrijheid van vestiging’ en ‘vrij verrichten van diensten’ vormen hierbij één van de peilers. Wetgeving die de mobiliteit van bedrijven en beroepsbeoefenaren ‘waarborgen binnen de EU’. Het doel is dat.. “Zelfstandigen, beoefenaars van vrije beroepen en rechtspersonen … die rechtmatig werkzaam zijn … (i) in een andere lidstaat op duurzame wijze economische activiteiten mogen uitoefenen (vrijheid van vestiging); of (ii) op tijdelijke basis diensten aanbieden en verlenen in andere lidstaten terwijl zij in hun land van oorsprong blijven.” Wetgeving uit 2006 stelt dus in deze dat het individu zelf mag bepalen op welke wijze er diensten worden verricht, dus ook buiten een dienstverband. De burger binnen de Europese Unie geniet hierin dus heel wat meer keuzevrijheid dan ons eigen kabinet graag zou zien. Er is meer tijd nodig om de alternatieven voor dit uitgangspunt te onderzoeken stelt het kabinet, die nieuwe wetgeving tot januari 2021 uitstelt.

‘Gezag’

Hetgeen wel overeind blijft op korte termijn, is de zoektocht naar wat ‘gezag’ precies behelst. Deze vraag is onder de wet DBA net zo actueel als onder nieuwe wetgeving. Op 1 januari 2019 zou dit begrip verder uitgewerkt moeten zijn. Opdrachtgevers krijgen hiermee een handvat om zelf te beoordelen of er sprake zou moeten zijn van een dienstbetrekking en uiteraard kunnen zzp’ers zichzelf ook inlezen in wat ‘gezag’ nu precies is. Het voorkomen van gezag betekent dat je buiten een dienstverband kunt blijven, een belang van zowel opdrachtgever als opdrachtnemer.

Nadat een aantal wetenschappers via position papers hebben beschreven op welke wijze zij kijken naar ‘gezag’, is de conclusie dat dit fenomeen van veel omstandigheden afhangt. Aangezien een rechter de bredere context in acht neemt (en niet heel precies aangeeft wat nu precies gezag is), blijkt de zoektocht naar de concretisering van ‘gezag’ niet eenvoudig. De conclusies zouden moeten gaan over ‘indicaties voor gezag, contra-indicaties voor gezag en voorbeelden van gezag‘. Het nieuwe Handboek loonheffingen van de Belastingdienst 2019 moet straks uitkomst bieden. De ontwikkeling van de webmodule gaat onverstoord door en ligt volgens de Kamerbrief op schema.

Waar sta jij straks?

De zzp’er in de zorg is uiteindelijk geholpen bij een eigen, zelfstandige status van ondernemerschap. Voorlopig ziet het er echter naar uit dat de ‘nieuwe’ wetgeving een vervolg is op het bestaande, in plaats van een kanteling naar een nieuw perspectief. Aangezien zzp’ers in de zorg gemiddeld 39 euro per uur berekenen, gaat de discussie over het belemmerde minimum tarief grotendeels aan hen voorbij. Het blijft wel van belang hoe jullie, de zzp’er in de zorg, buiten dienstverband blijft. De uitwerking van het aspect ‘gezag’ draagt hiertoe bij. Deze ontwikkeling blijven we dus nauwgezet volgen. Daarnaast is de kans aanwezig dat de webmodule straks actief wordt en van toepassing is op zzp’ers in de zorg, aangezien zij veelal onder de 75 euro per uur verrekenen met de opdrachtgever. Tenslotte is ook de lengte van de opdracht tussen opdrachtgever en opdrachtnemer onderwerp van gesprek binnen het nieuwe kabinetsbeleid en de moeite van het volgen waard. SoloPartners blijft het dossier nauwgezet volgen. Steun onze activiteiten hierin >>

Verder inlezen? Ons verslag van de eerste landelijke bijeenkomst vind je hier, de tweede bijeenkomst hier. Notulen van de laatste bijeenkomst lees je hier.

Dit artikel delen