Nieuws

Update: hoger beroep stichting Zorgrecht versus Zilveren Kruis

dinsdag 19 juni 2018    Dit artikel delen
DBA & Deliveroo

Op 13 juni jongstleden diende het hoger beroep van het Zilveren Kruis tegen stichting Zorgrecht. Nadat Stichting Zorgrecht op alle fronten in het gelijk werd gesteld in februari, besloot het Zilveren Kruis een hoger beroep aan te tekenen. We schreven eerder hier, hier en hier over stichting Zorgrecht. Op 31 juli volgt de uitspraak in het hoger beroep. Hieronder de laatste stand van zaken.

Voegingsvordering VGZ afgewezen

In de aanloop naar dit hoger beroep trachtte VGZ aan te sluiten bij Zilveren Kruis. Zorgverzekeraar VGZ wenste zich ‘in appel’ aan de zijde van Zilveren Kruis/Achmea te voegen zoals dat heet. De rechter stak daar echter een stokje voor en die uitspraak lees je hier. Het recht waar VGZ aanspraak op wilde maken, heet een ‘voegingsvordering’ en wil zeggen dat als je als derde partij (VGZ) in jouw rechtspositie benadeeld zou kunnen worden door een uitspraak die op handen is, je je kunt ‘voegen’ in de rechtszaak. Vaak is zo’n verzoek slechts een formaliteit, maar in dit geval werd het afgewezen door de rechter. VGZ maakte volgens de rechter onvoldoende duidelijk wat nu precies de ‘feitelijke of juridische (nadelige) gevolgen’ zouden zijn voor VGZ bij een uitspraak. VGZ heeft in haar polisvoorwaarden zélf geen machtigingsvereiste of cessieverbod gehanteerd en wilde alleen aansluiten bij de rechtszaak voor haar “vrees voor precedentwerking”. Dat bleek voor de rechter onvoldoende grond en de vordering werd afgewezen. Zilveren Kruis stond bij het hoger beroep richting Zorgrecht dus alleen voor de drie rechters.

Hoger beroep Stichting Zorgrecht

Het Zilveren Kruis opende de ochtend met een pleidooi van een half uur dat vooral een herhaling van zetten was van de stellingnames in februari. De zorgverzekeraar bracht naar voren dat het cessie-verbod en het invoeren van de machtiging doelmatig en gerechtigd is en om die reden toegestaan zou moeten worden. De advocaten van stichting Zorgrecht kozen voor een aanpak waarin er ingegaan werd op de wetgeving in de praktijk. De maatregelen bij niet-gecontracteerde zorg zijn fors belemmerend voor zowel professionals als voor verzekerden zo betoogde de verdediging van stichting Zorgrecht. Tijdens de zitting stelden de rechters vragen over die praktijk. Het verschil tussen het wel en niet werken met een machtigingseis werd bevraagd, die met behulp van praktijkervaringen door wijkverpleegkundigen werd beantwoord. Stichting Zorgrecht stelt zich op het standpunt dat de machtigingsvereiste vooral belemmerend werkt en niet in het belang van de verzekerde en niet-gecontracteerde zorgaanbieder is. Zilveren Kruis stelt dat de machtigingen juist nodig zijn om ‘klanten vooraf zekerheid te geven over de zorg en de financiële gevolgen.’ De vraag is of dat een behoefte is die speelt bij verzekerden.

Discussie niet-gecontracteerde zorg

De hele discussie rondom Zilveren Kruis versus Zorgrecht en de maatregelen bij niet-gecontracteerde zorg, gaan over de keuzevrijheid van verzekerden binnen artikel 13. Morgen burgers zelf bepalen wie hun zorgaanbieder wordt? Tot nu toe is dit wettelijk verankerd. Juist kleinere zorgondernemers werken (veelal gedwongen) zonder contract en daarmee gaat deze discussie naast een wettelijk recht voor verzekerden, ook over het bestaansrecht van deze groep binnen de zorgmarkt.

In dat licht is het interessant om een andere beweging aan te halen die nu gaande is. De contouren van het beleid rondom niet-gecontracteerde zorg worden overduidelijk in het onlangs getekende ‘hoofdlijnenakkoord wijkverpleging’. Een brede reeks aan partijen tekenden voor dit akkoord, waaronder branche organisatie BTN en beroepsorganisatie V&VN. Een aantal passages uit het akkoord.

De meest wezenlijke: “Contractering is hét vehikel om afspraken te maken over doelmatigheid, kwaliteit, innovatie, organiserend vermogen en de juiste zorg op de juiste plek. Partijen vinden de groei van niet-gecontracteerde zorg onwenselijk.” en “Partijen zeggen elkaar medewerking toe om het aandeel niet-gecontracteerde zorg te laten dalen en maken hiertoe (…) afspraken.” 

Het onderwerp van de rechtszaak van Zorgrecht komt ook zijdelings aan bod in het verlengde hiervan: “Om de kostenbeheersing van de zorg te bevorderen benutten zorgverzekeraars in de huidige praktijk het cessieverbod en het machtigingsvereiste.” Naast het instrumentarium van cessieverbod en machtiging, wordt ook de uitbreiding hiervan duidelijk. “Partijen spreken af dat bij niet-gecontracteerde zorg gebruik kan worden gemaakt van een second opinion, waarbij een andere partij kan worden gevraagd de indicatiestelling opnieuw te beoordelen. Dit indien er signalen zijn dat er sprake is van een niet-passende indicatie.” Oftewel, de niet-gecontracteerde wijkverpleegkundige zou weleens een heel andere indicatie af kunnen geven dan gecontracteerde wijkverpleegkundigen.

Mocht dat niet werken, dan kan tussen 2019 tot 2022 nog besloten worden om niet-gecontracteerde zorg wat tarifering betreft nog onaantrekkelijker te maken. “Als het aandeel niet-gecontracteerde zorg ondanks de inspanningen niet daalt, zijn verdergaande aanpassingen in wet- en regelgeving noodzakelijk om het onderscheid tussen de vergoeding van niet-gecontracteerde* versus gecontracteerde zorg te verhelderen dan wel te versterken.”

SoloPartners is als brancheorganisatie actief voor de positie van zzp’ers in de zorg. Wij steunen initiatieven zoals dat van stichting Zorgrecht. Daarnaast maken we ons hard voor passende vormen van contractering voor zzp’ers door zorgverzekeraars. Steun je ons?

Dit artikel delen