Kennisbank

21 september 2026

“Wij mogen niet meer met zzp'ers werken.” Klopt dat?

"De Belastingdienst verbiedt ons de inhuur van zelfstandigen." Dat is een veelgebruikt argument door zorginstellingen om niet meer met zorg-zzp'ers te werken. Maar dat verbod bestaat niet. Hier lees je wat er wél geldt en wat je in dat gesprek kunt inbrengen als tegenwerping.

Tegenwerpingen verbod zzp-schap

Je meldt je voor een dienst en krijgt te horen dat het niet meer kan. Of je werkt al langere tijd voor een zorgorganisatie en ineens gaat de deur dicht. De uitleg is vaak dezelfde: we mogen van de Belastingdienst niet meer met zzp'ers werken. Dat klopt niet; zzp kan wel!

Er bestaat geen verbod op het inhuren van zelfstandigen; niet in de zorg en niet in enige andere sector.

Wat er wél speelt: strenger toezicht op samenwerkingen die in werkelijkheid een dienstverband zijn. Dat is dus iets anders.

Een instelling die zich achter een niet-bestaand verbod verschuilt, neemt geen juridisch besluit maar maakt een beleidskeuze. En over een beleidskeuze kun je het gesprek voeren.

Deliveroo-arrest is de maatstaf

De Belastingdienst controleert sinds 2025 weer op schijnzelfstandigheid. Instellingen willen het risico op naheffing voorkomen en scherpen hun inhuurbeleid aan. Ze maken eigen checklists en beoordelingsregels. Soms sluiten ze hele groepen zelfstandigen in een keer uit.

Opvallend genoeg is de Belastingdienst zelf vaak milder. De strekking: het is niet verboden om met zzp'ers te werken, nu niet en straks niet, zolang de omstandigheden kloppen. De Belastingdienst verwijst daarbij naar de maatstaf uit het Deliveroo-arrest.

Die maatstaf komt van de Hoge Raad (24 maart 2023). De kern: er wordt in samenhang gekeken naar alle relevante omstandigheden. Eén kenmerk geeft nooit de doorslag. Geen enkele functie en geen enkele beroepsgroep valt daarmee bij voorbaat af.

Een beoordeling die neerkomt op ‘zorg, dus geen zzp’ is dus geen toepassing van de regels. Het is het overslaan ervan.

Tegenwerping ‘zzp-schap in de zorg is niet meer mogelijk’

Hieronder bespreken we een aantal veelgehoorde argumenten én wat je daar tegenover kunt zetten. Houd het zakelijk: je bestrijdt de onderbouwing, niet de persoon tegenover je.

Wat je hoort:

Wat je hiertegen kunt inbrengen:

“We mogen van de Belastingdienst niet meer met zzp'ers werken.”

Vraag waar dit staat.
Zo'n verbod staat nergens. De Belastingdienst handhaaft op verkapte dienstverbanden, niet op de ondernemingsvorm. Bij controles zegt de dienst zelf dat inhuur mogelijk blijft. Vraag om de regel waar de instelling zich op baseert.

“In de zorg is er altijd gezag, dus is het altijd een dienstverband.”

Eén kenmerk is niet doorslaggevend.
De Hoge Raad weegt alle relevante omstandigheden tegen elkaar af. Aansturing op inhoud is er daar een van. En het zegt weinig als het losstaat van de rest: tarief, vervanging, aansprakelijkheid, eigen materiaal, hoe je je in de markt presenteert.

“Wij moeten je aansturen, dat eist de Wkkgz nu eenmaal.”

Kwaliteitsregie is geen werkgeversgezag.
Protocollen, overdrachten en veiligheidsregels gelden voor iedereen binnen de muren, ook voor een ingehuurde specialist of een vrijgevestigde. Dat de zorgaanbieder eindverantwoordelijk is voor kwaliteit, maakt jou nog geen werknemer.

“Je hebt maar één of twee opdrachtgevers, dus je bent geen ondernemer.”

Dat is één factor, niet de weegschaal.
Het aantal opdrachtgevers telt mee, maar is op zichzelf niet doorslaggevend. Zet je hele ondernemersplaatje ernaast: inschrijving, verzekeringen, scholing die je zelf betaalt, eigen tarief, je eigen risico als het misgaat.

“Het is ons beleid. Daar valt niet over te praten.”

Beleid is geen wet.
Een instelling die per definitie iedereen afwijst, beoordeelt niet. En dat is precies wat de regels wel van haar vragen.

“We huren voortaan alleen nog via een bureau in.”

Vraag door waarom ze dat doen.
Bij echte uitzending verschuift het werkgeverschap inderdaad naar het bureau. Maar bij bemiddeling of doorlening blijft de feitelijke werkrelatie leidend. Daarmee is het risico niet weg maar is het alleen duurder geworden.

Zorginstellingen veroorzaken zelf probleem

Er is nog een kant die je mag benoemen. Wie zzp'ers weigert, krijgt de rooster doorgaans niet rond. Er ontstaan wachtlijsten. Operatiekamers gaan dicht. Behandelingen schuiven op.

Instellingen klagen daar inmiddels zelf over. Dat ze dat probleem voor een deel zelf veroorzaken, vergeten ze voor het gemak. En dat is meer dan een ongemakkelijke constatering: te weinig mensen op de vloer is in de zorg geen randprobleem, maar raakt de kwaliteitseis zelf.

Artikel 3 Wkkgz:
'De zorgaanbieder organiseert de zorgverlening op zodanige wijze, bedient zich zowel kwalitatief als kwantitatief zodanig van personele en materiële middelen (…) dat een en ander redelijkerwijs moet leiden tot het verlenen van goede zorg.'

Met andere woorden: je moet de zorgverlening zo organiseren dat je genoeg mensen hebt én dat die mensen het kunnen. Een instelling die vasthoudt aan beoordelingsregels waarvan ze weet dat ze niet deugen, en daardoor haar zorg niet rond krijgt, veroorzaakt dat probleem zelf. Ze ruilt het ene risico in voor het andere.

Dat is geen dreigement om in een gesprek op tafel te leggen. Het is wel een reden waarom het onderwerp eerder hogerop in de organisatie thuishoort dan bij de planner die jou afbelt.

Welke stappen kun je ondernemen bij een afwijzing?

‘Het mag niet meer’ is geen regel. Het is een keuze die niet is uitgelegd.

  • Vraag om een schriftelijke motivatie.
    Op welke regels is de afwijzing gebaseerd en wie heeft dat vastgesteld? Een mondelinge ‘het mag niet meer’ is niets waard; een e-mail is dat wel.
  • Vraag om een individuele beoordeling.
    Niet van ‘zzp'ers’, maar van jouw samenwerking met deze opdrachtgever.
  • Lever je ondernemersdossier aan.
    KvK-inschrijving, je aansprakelijkheids- en arbeidsongeschiktheidsverzekering, je BIG-registratie en scholing, je aansluiting bij een branchevereniging, je eigen tarief, je overige opdrachtgevers, je eigen overeenkomst. Maak het de ander makkelijk om ja te zeggen.
  • Bied aan mee te denken over de voorwaarden.
    Vaak zit het knelpunt in één afspraak: inroostering, vervanging of aansprakelijkheid. Dat is te repareren zonder de samenwerking op te geven.
  • Loopt het structureel mis en komt de zorg in gevaar? Meld het.
    Iedereen mag een melding doen bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Dat kost niets en er gelden geen voorwaarden vooraf.
  • Geef je signaal door aan SoloPartners.
    Wat bij één instelling speelt, speelt bijna nooit bij één instelling. Met meerdere meldingen kunnen we een kader ter discussie stellen; met één verhaal lukt dat zelden. Laat het ons weten.

Realiseer je dat een opdrachtgever niet verplicht is jou in te huren. Er bestaat geen afdwingbaar recht op een opdracht. En een instelling mag ook gewoon kiezen voor personeel in loondienst. Wat je met dit verhaal bereikt, is dus niet dat je die ene dienst terugkrijgt. Wel dat beleid dat op een onjuiste aanname rust ter discussie komt te staan.

Goed onderbouwd beleid als uitgangspunt

Zelfstandigen kiezen voor een organisatie waar het goed geregeld is. Patiënten doen dat ook. Een instelling die haar deur sluit op basis van een ‘verzonnen’ verbod, verliest niet alleen handen op de vloer. Het verliest ook haar aantrekkelijkheid op een arbeidsmarkt waarin zorgverleners iets te kiezen hebben.

Met goed onderbouwd beleid kan een opdrachtgever drie dingen tegelijk: het belastingrisico verkleinen, het rooster rond krijgen en de eigen naam beschermen. De vraag is eigenlijk waarom je dat niet zou doen.