Nieuws

21 augustus 2026

Vijftien jaar dezelfde opdrachtgever en toch geen loondienst

“Je werkt hier al zo lang, dan ben je toch gewoon in dienst?” Het is een veelgehoorde vraag in de discussie over schijnzelfstandigheid. En een van de meest hardnekkige. Zorgorganisaties gebruiken hem om langlopende samenwerkingen af te kappen. Zorg-zzp'ers vragen zich af of ze niet te lang op één plek zitten.

Het Gerechtshof Den Haag heeft er onlangs een genuanceerd antwoord op gegeven. Een webontwikkelaar werkte bijna vijftien jaar voor dezelfde opdrachtgever en had volgens het hof toch géén arbeidsovereenkomst. Dat is relevant nieuws voor iedere zelfstandige met een langlopende opdracht. Maar het is geen vrijbrief! Zeker niet voor de zorg...

langdurig dienstverband uitspraak

Wat speelde er?

De man trad in 2002 als systeembeheerder in dienst bij de Unie van Waterschappen, de koepel van de 21 waterschappen. Twee jaar later startte hij daarnaast een eenmanszaak in het bouwen en beheren van websites.

In 2008 en 2009 liep het spaak op zijn gedrag en houding en de Unie wilde niet met hem verder. Als een soort compensatie kreeg hij bij vertrek een opdracht mee voor zijn eenmanszaak. Zijn dienstverband eindigde per 1 juni 2010 en vanaf dat moment huurde de Unie zijn bedrijf in voor het beheer van de websites; maximaal 16 uur per week, tegen een tarief van €60 per uur exclusief btw.

Die constructie hield bijna vijftien jaar stand. De afspraken werden telkens verlengd; in 2014, 2016 en 2018 in overeenkomsten die hij opstelde en de Unie voor akkoord ondertekende. In 2020 zette de Unie het applicatiebeheer in een aanbesteding. De webbeheerder schreef hierop in en de aanbesteding werd aan hem gegund. Vanaf 2024 liep het contract via een broker en kwam het uurtarief uit op €79. Toen de opdracht per 1 februari 2025 eindigde, stelde de webbeheerder dat er al die jaren feitelijk een arbeidsovereenkomst had bestaan. Hij vroeg onder meer een billijke vergoeding van €180.000.

Waarom vijftien jaar niet doorslaggevend is

Het hof toetst aan de gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest. Dat kader werkt anders dan vaak wordt gedacht: er is geen lijstje waarbij één punt de knop omzet.

De rechter weegt alle omstandigheden in onderling verband. En het gaat vooral om de feitelijke gang van zaken; niet om wat partijen bedoeld hebben en niet om het label op het contract.

‘Duur’ is daarvan een goed voorbeeld. Hij werkte bijna vijftien jaar voor dezelfde opdrachtgever, was daar eerder in dienst en voerde het werk altijd zelf uit; deze drie omstandigheden wezen volgens het hof inderdaad in de richting van een dienstverband. Het hof zegt dat expliciet. Maar de rest woog zwaarder. Zwaar genoeg om ook het wettelijk rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst (artikel 7:610a BW) te weerleggen.

Welke punten gaven de doorslag?

  • Hij onderhandelde echt. Bij elke verlenging kon hij zeggen wat hij van het voorstel vond. En dat deed hij ook, met tegenvoorstellen. Bij het laatste contract wees hij het geboden tarief van €75 en de betalingstermijn van 30 dagen af. Hij kreeg uurtarief van €79 met een termijn van 14 dagen.
  • Hij liet zich bijstaan door deskundigen en had juridisch advies bij de contracten.
  • Hij stelde meerdere contracten zelf op en zijn eigen algemene voorwaarden waren aanvankelijk van toepassing.
  • Hij deelde zijn uren vrij in. Meer in de ene week, minder in de andere. Niet-gemaakte uren werden later ingezet.
  • Hij declareerde wisselend. Uit de overzichten bleek dat de maandbedragen sterk verschilden en dat er zelfs maanden waren zonder factuur. Zijn stelling dat hij altijd 16 uur per week declareerde, hield dan ook geen stand.
  • Hij bracht btw in rekening; er werden geen loonbelasting en premies afgedragen.
  • Hij gebruikte grotendeels eigen apparatuur, uit voorkeur en zonder vergoeding.
  • Zijn functioneren werd nooit beoordeeld. Alleen het resultaat telde.
  • Hij zat niet in het reguliere werkoverleg van de Unie. Dat hij welkom was op personeelsfeesten, attenties kreeg en een afscheidsbijeenkomst had, vond het hof niet genoeg voor een gezagsverhouding.
  • Websitebeheer is geen kerntaak van de Unie: het is nodig, zoals bij bijna elke organisatie, maar het kan buiten de organisatie worden belegd.
  • Hij deed aparte opdrachten met aparte facturen, zoals domeinnaambeheer en de bouw van een online platform.

Twee bevindingen die tegen de intuïtie ingaan

Twee dingen in deze uitspraak verdienen extra aandacht. Ze pakken namelijk precies andersom uit dan je zou verwachten.

  1. Een verzekering die de opdrachtgever eiste, telde tóch mee voor zijn zelfstandigheid. De Unie eiste contractueel, vanaf 2021, een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering; die verzekering had hij niet uit eigen beweging afgesloten. Het hof weegt het alsnog als aanwijzing voor ondernemerschap omdat hij daarmee zijn commerciële risico afdekte. Wie dus denkt dat door de opdrachtgever opgelegde ondernemerseisen niet meetellen: ze tellen wél en in het voordeel van de zelfstandige.
  2. Afspraken op papier die niet worden uitgevoerd, tellen niet. In de contracten waren maandelijkse evaluatiegesprekken en een beoordeling naar tevredenheid over het werk opgenomen. In de praktijk gebeurde dat niet. En niemand bij de Unie kon zijn werk inhoudelijk beoordelen. Het hof kijkt naar de praktijk, niet naar de tekst. Dat is precies het mechanisme dat óók de andere kant op werkt: mooie zelfstandigheidsclausules in jouw opdrachtovereenkomst helpen je niet als de dagelijkse praktijk anders is.

Let op wat je invult bij een ondernemerscheck

Nog een les die makkelijk over het hoofd wordt gezien... Toen de broker in 2024 in beeld kwam, deed die een ondernemerscheck. Daarin gaf de man zelf op dat hij 32 tot 50 uur per week aan zijn onderneming werkt, eigen materialen gebruikt en in de afgelopen 24 maanden drie of meer opdrachtgevers had.

Anderhalf jaar later hield het hof hem daaraan. Hij stelde in de procedure dat hij eigenlijk vooral voor de Unie werkte. Hij legde geen belasting- of inkomensgegevens over om dat te onderbouwen. En dus gold zijn eigen verklaring.

Wat je invult op een ondernemerscheck-formulier is geen formaliteit. Het is een verklaring die jaren later in een rechtszaal tegen je kan worden gebruikt. Of vóór je kan pleiten.

In de zorg kan dit anders uitpakken

Deze uitspraak zal de komende tijd worden aangehaald als bewijs dat lang bij dezelfde instelling werken geen probleem is. Maar dat is te kort door de bocht. Zeker voor de zorg.

Laten we eens kijken naar de praktijk van bijvoorbeeld een groepsbegeleidster:
Zij staat in het rooster van de instelling en kan haar uren niet vrij indelen; een woongroep laat zich immers niet flexibel bezetten. Ze onderhandelt zelden echt over haar tarief, maar accepteert wat het bureau of de instelling biedt. Ze declareert een tamelijk vast aantal uren. Ze zit wél in de overdracht en het teamoverleg, werkt met hetzelfde ECD en dezelfde protocollen. En het werk dat ze doet, zorg verlenen, is de kerntaak van de organisatie.

Een flink deel van de hierboven beschreven ‘doorslaggevende’ punten, vallen voor haar dus de andere kant op. Dat maakt haar niet automatisch werknemer, want de rechter weegt álles. Maar het betekent wel dat deze uitspraak niet zomaar te kopiëren is naar de zorg. Wat je er wél uit kunt halen is een checklist: loop de punten langs voor je eigen opdrachten, wees eerlijk over waar je staat én verbeter wat te verbeteren valt.

De les die vaak wordt gemist: abrupt stoppen mag niet

Het tweede deel van de uitspraak is voor de zorg misschien nog wel praktischer en haalt zelden de koppen. Op één punt kreeg de webbeheerder namelijk gelijk. Met de Unie was mondeling afgesproken dat er in principe drie achtereenvolgende jaarcontracten zouden komen. De opdrachtrelatie duurde op dat moment al meer dan tien jaar. Daar mocht hij op rekenen, oordeelt het hof. De Unie had hem tijdig moeten laten weten dat zij toch niet zou verlengen; tijdig betekent hier minstens zes maanden. Het bericht kwam pas begin december 2024, twee maanden voor het einde. Door die termijn niet aan te houden, is de Unie tekortgeschoten in haar verplichtingen. Schade: €33.072; zes maanden van wat hij had kunnen factureren.

Let op wat hier precies gebeurt. Dit is geen arbeidsrechtelijke opzegtermijn. Hij is en blijft ondernemer. Het is de eis dat je een langlopende opdrachtrelatie niet van de ene op de andere maand mag afbreken. Hoe lang die termijn moet zijn, hangt af van de omstandigheden. Hier speelden de toezegging van drie jaar en ruim tien jaar samenwerking mee. ‘Zes maanden’ is dus geen wet, maar het geeft een orde van grootte.

Voor zorg-zzp'ers die van de ene op de andere week uit het rooster worden gehaald ‘vanwege de Wet DBA’ is dat een gegeven om te kennen.

Ondernemerschap betekent dat je risico draagt. Het betekent niet dat een opdrachtgever een relatie van jaren zonder aankondiging mag beëindigen.