Kennisbank
2 april 2026
Persoonsgebonden budget (pgb): overlijden budgethouder
Bij een overlijden worden nabestaanden niet alleen geconfronteerd met verdriet, maar ook met veel praktische zaken die geregeld moeten worden. Werk je als zzp’er in de zorg met een persoonsgebonden budget (pgb), dan zijn er ook voor jou belangrijke stappen om direct te ondernemen bij het overlijden van de budgethouder. Voor vragen en afhandeling rondom het pgb kunnen nabestaanden terecht bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB).
Facturatie na overlijden
Wanneer een cliënt met een pgb overlijdt, is het belangrijk om de nog openstaande zorguren zo snel mogelijk te declareren. In de meeste gevallen loopt het pgb via het trekkingsrecht van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) en dien je de declaratie zelf in via het SVB-portaal. Stem daarbij goed af met de nabestaanden of wettelijk vertegenwoordiger over de laatste geleverde zorg en wie als contactpersoon optreedt, zodat de afhandeling zorgvuldig en correct verloopt.
Een snelle en correcte facturatie voorkomt vertraging in de betaling en zorgt ervoor dat de financiële afhandeling zo soepel mogelijk verloopt in een toch al moeilijke periode.
Einde van de zorgovereenkomst
De zorgovereenkomst van opdracht eindigt automatisch op het moment dat de pgb-cliënt overlijdt. Dit gebeurt van rechtswege, wat betekent dat er geen opzegtermijn of aanvullende handeling nodig is om de overeenkomst te beëindigen. Voor jou als zorgverlener betekent dit dat de opdracht direct stopt en daarmee ook het bijbehorende inkomen.
Dit kan financiële gevolgen hebben, zeker wanneer je afhankelijk bent van een beperkt aantal opdrachten. Daarom is het belangrijk om te weten dat er in sommige gevallen een compensatieregeling bestaat.
Mogelijke eenmalige uitkering
In specifieke situaties kan het mogelijk zijn dat er een eenmalige uitkering wordt verstrekt ter compensatie van het wegvallen van inkomsten. Dit is echter geen automatisch recht en hangt af van het beleid van het zorgkantoor of de gemeente en de beschikbare budgetten.
Voor deze uitkering gelden een aantal voorwaarden:
- Er moet sprake zijn van een geldige zorgovereenkomst;
- Er moet voldoende budget beschikbaar zijn binnen het pgb;
- In het geval van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en Jeugdwet moet de gemeente toestemming geven.
Het pgb vanuit de Wet landurige zorg (Wlz) wordt uitgekeerd via het zorgkantoor, terwijl pgb’s vanuit de Wmo en Jeugdwet via gemeenten lopen.
Aanvraag via nabestaanden
Als zorgverlener kun je deze eenmalige uitkering niet zelf aanvragen. De aanvraag moet altijd worden gedaan door de nabestaanden of de wettelijk vertegenwoordiger van de cliënt. Dit gebeurt schriftelijk bij de gemeente of het zorgkantoor.
Na de aanvraag ontvangen de nabestaanden binnen zes weken bericht of de uitkering wordt toegekend. Het is daarom verstandig om hen hier tijdig over te informeren, zodat zij deze stap niet over het hoofd zien.
Belang van duidelijke afhandeling
Een overlijden is een ingrijpende gebeurtenis, waarbij zorgvuldigheid en duidelijkheid extra belangrijk zijn. Door snel te handelen, correcte facturen te sturen en nabestaanden goed te informeren, draag je bij aan een nette en respectvolle afronding van de zorgrelatie.
Voor meer informatie over dit onderwerp kun je terecht op de website van de Sociale Verzekeringsbank.