Nieuws
9 juni 2026
De cijfers laten zien: één verhaal over zzp'ers bestaat niet
Een nieuwe publicatie van Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn (AZW) laat zien dat de werkelijkheid achter het zzp-debat complexer is dan vaak wordt geschetst. Op basis van beschikbare cijfers en onderzoeken brengt onderzoeksbureau Panteia de ontwikkelingen rond zzp'ers in zorg en welzijn in kaart. De belangrijkste conclusie: er bestaat geen eenduidig verhaal over zzp'ers in zorg en welzijn.
In media en politiek gaat het regelmatig over de inzet van zzp’ers, tarieven, roosters en flexibiliteit. Die discussie is begrijpelijk, maar doet niet altijd recht aan de verschillen tussen sectoren, beroepen en individuele zorgprofessionals. De AZW-publicatie laat zien dat achter de cijfers een veel genuanceerder beeld schuilgaat.
Als brancheorganisatie voor zelfstandig zorgprofessionals vinden wij het belangrijk dat het gesprek wordt gevoerd op basis van feiten. Daarom zetten we de belangrijkste inzichten uit het onderzoek op een rij.
Grote verschillen tussen branches
Het aantal zzp’ers in zorg en welzijn is tot en met 2024 sterk gegroeid. In 2025 is in delen van de sector juist een afname zichtbaar. Volgens de onderzoekers kan dit samenhangen met de aangescherpte handhaving op schijnzelfstandigheid vanaf eind 2024.
De ontwikkelingen verschillen echter sterk per branche. Zo is de groei onder meer zichtbaar bij huisartsen en gezondheidscentra en binnen de overige zorg. In de verpleging, verzorging en thuiszorg verloopt de ontwikkeling grilliger, terwijl de inzet van zzp’ers in ziekenhuizen en UMC’s relatief beperkt blijft.
Wie spreekt over "de groei van zzp’ers in de zorg" doet daarmee de werkelijkheid tekort. De ontwikkelingen verschillen per branche en zelfs per regio.
Een minderheid met een zichtbare rol
Werknemers vormen nog altijd veruit de grootste groep binnen zorg en welzijn. Zzp’ers zijn een minderheid binnen het totale personeelsbestand, maar vervullen in sommige branches wel een belangrijke rol in de flexibele inzet van personeel.
Ook regionaal zijn de verschillen groot. In provincies als Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht heeft de inzet van zzp’ers een grotere omvang, terwijl in bijvoorbeeld Groningen vaste werknemers relatief dominant blijven.
Deze cijfers laten zien dat zelfstandigen geen vervanging zijn van vaste medewerkers, maar in veel situaties een aanvulling vormen op bestaande teams.
Krapte op de arbeidsmarkt blijft een uitdaging
De arbeidsmarkt in zorg en welzijn blijft structureel krap. Vooral bij gespecialiseerd verpleegkundigen, artsen en sociaal-maatschappelijke beroepen zijn de tekorten groot.
In die context dragen zzp’ers in verschillende delen van de sector bij aan het opvangen van piekbelasting, uitval en moeilijk vervulbare diensten. Daarmee ondersteunen zij de continuïteit van zorg en dienstverlening op momenten waarop organisaties voor grote personele uitdagingen staan.
Autonomie weegt vaak zwaarder dan inkomen
In het publieke debat wordt de keuze voor het zzp-schap regelmatig gekoppeld aan financiële voordelen. Het onderzoek laat zien dat de werkelijkheid breder is.
Voor veel zorgprofessionals spelen autonomie en regie over het werk een belangrijke rol. Denk aan invloed op werktijden, werkdruk en de inrichting van werkzaamheden. Financiële motieven kunnen meespelen, maar blijken lang niet altijd de belangrijkste reden om zelfstandig te werken.
De motieven verschillen bovendien per beroep, branche en levensfase.
Zelfstandigheid en loondienst wisselen elkaar af
Uit het onderzoek blijkt dat veel professionals gedurende hun loopbaan bewegen tussen loondienst en zelfstandigheid. Ook komt het regelmatig voor dat beide vormen naast elkaar bestaan.
Zelfstandigheid is daarmee vaak geen eindstation, maar een fase binnen een loopbaan. Sommige professionals kiezen voor meer vrijheid en flexibiliteit, terwijl anderen op een later moment juist weer behoefte hebben aan de zekerheid van loondienst.
Loondienst en zelfstandig ondernemerschap staan daardoor niet tegenover elkaar, maar vullen elkaar binnen de arbeidsmarkt regelmatig aan.
Dé zzp’er bestaat niet
Een van de belangrijkste conclusies uit de publicatie is dat er geen standaardprofiel van een zzp’er bestaat.
Zelfstandig zorgprofessionals verschillen sterk in beroep, opleidingsniveau, werkzaamheden en het aantal uren dat zij werken. Zij zijn actief in uiteenlopende functies binnen het primaire proces, van artsen en behandelaren tot verzorgenden en begeleiders. Ook de manier waarop zij worden ingezet verschilt per organisatie en sector.
Algemene uitspraken over "de zzp’er" doen daarom vaak onvoldoende recht aan de praktijk.
Een goede discussie begint bij de feiten
De rode draad van de AZW-publicatie is duidelijk: ontwikkelingen, motieven en effecten van zzp-inzet verschillen sterk per branche, beroep en context.
In situaties van arbeidsmarktkrapte kunnen zelfstandigen bijdragen aan flexibiliteit en continuïteit. Tegelijkertijd kunnen organisaties te maken krijgen met vraagstukken rondom samenwerking, teamdynamiek en organisatie van werk. Juist daarom is nuance belangrijk.
Voor SoloPartners onderstrepen deze inzichten het belang van een zorgvuldig en feitelijk debat over de rol van zelfstandigen in de zorg. Wie beleid en praktijk wil verbeteren, doet er goed aan te kijken naar de cijfers én naar de diversiteit achter de groep zelfstandigen. Want achter iedere zzp’er schuilt een eigen afweging, een eigen loopbaan en een eigen bijdrage aan de zorg.
Bron: AZW (Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn), onderzoek uitgevoerd door Panteia: Zzp’ers in zorg en welzijn: wat weten we echt?