Nieuws
26 maart 2026
Rechter: zzp-constructie houdt stand, wel recht op vergoeding
De Belastingdienst handhaaft per 1 januari 2025 weer actief op schijnzelfstandigheid. Veel zzp'ers en hun opdrachtgevers staan voor dezelfde twee vragen:
- werkte je eigenlijk als werknemer?
- wat zijn de gevolgen als de samenwerking eindigt?
Een recente uitspraak van de kantonrechter in Tilburg geeft op beide vragen een helder antwoord.
Wat speelde er?
Een logopediste werkte vanaf april 2024 op zzp-basis bij een dyslexie- en logopediepraktijk. Ze factureerde via haar eigen eenmanszaak en ontving €18,00 per behandeling van 30 minuten, zonder recht op loondoorbetaling bij ziekte of vakantie.
Eind 2024 liet de praktijkhouder weten dat de zzp-constructie vanwege de hervatting van de handhaving niet meer houdbaar was; er moest een arbeidscontract komen. Partijen kwamen echter niet uit de voorwaarden. Op 21 augustus 2025 beëindigde de praktijkhouder, per 1 september 2025, de samenwerking; amper tien dagen na de vooraankondiging.
De logopediste stapte naar de rechter met twee standpunten:
- Primair: er was nooit sprake van een overeenkomst van opdracht, maar van een arbeidsovereenkomst. En die was onregelmatig opgezegd. Vorderingen: ruim €24.000.
- Subsidiair: als het wél een opdrachtovereenkomst was, dan heeft de opdrachtgever de contractuele opzegtermijn van twee maanden niet gerespecteerd.
Vraag 1: sprake van ‘arbeidsovereenkomst’ of ‘overeenkomst van opdracht’?
De kantonrechter paste het toetsingskader toe dat de Hoge Raad uiteen heeft gezet in het Deliveroo-arrest. Eerst worden de feitelijke rechten en verplichtingen vastgesteld, Vervolgens wordt beoordeeld of deze overeenkomen met de wettelijke definitie van een arbeidsovereenkomst uit artikel 7:610 BW.
Doorslaggevend is of er sprake is van een gezagsverhouding. In deze casus stelde de rechter vast dat dit niet het geval was. De logopediste had in de praktijk namelijk een grote mate van vrijheid:
- Ze bepaalde zelf hoe ze behandelingen uitvoerde, zonder richtlijnen van de praktijk.
- Ze kon zelf kiezen of en wanneer ze een patiënt aannam.
- Ze kon afspraken afzeggen of verzetten, ook om privéredenen, zonder toestemming te vragen of verantwoording af te leggen.
- Er waren geen functioneringsgesprekken en geen verplichte bedrijfstrainingen.
Dat de logopediste werkte op locatie van de praktijk, gebruikmaakte van het patiënten systeem en een e-mailadres van de praktijk had, vond de rechter onvoldoende voor een gezagsverhouding. Die zaken vloeien logisch voort uit het contract van de praktijk met de zorgverzekeraar; niet uit werkgeversgezag.
Daarnaast droeg de logopedist zelf commercieel risico (geen werk = geen inkomen), stond ze ingeschreven in het handelsregister en factureerde ze via haar eigen onderneming.
Conclusie: overeenkomst van opdracht. Geen arbeidsovereenkomst.
Dit is een relevante uitspraak voor alle zzp'ers die nu worden geconfronteerd met opdrachtgevers die de samenwerking willen omzetten of beëindigen. De politieke en fiscale druk vertaalt zich niet automatisch in een arbeidsovereenkomst. Feitelijke zelfstandigheid (inhoudelijke vrijheid, eigen organisatie, commercieel risico) weegt zwaar.
Vraag 2: is de opzegtermijn nageleefd?
Met de kwalificatievraag beantwoord, restte de tweede vraag: had de praktijk de overeenkomst correct opgezegd?
In het contract stond een opzegtermijn van twee maanden. De praktijk zegde op 21 augustus op per 1 september, zonder die termijn te respecteren. De kantonrechter was helder: de overeenkomst eindigde juridisch pas op 22 oktober 2025.
Over de tussenliggende periode had de logopedist recht op vergoeding van haar gemiste inkomsten. Op basis van haar gemiddelde maandinkomen stelde de rechter dat vast op € 2.264,52 bruto. De proceskosten van € 1.266,00 kwamen eveneens voor rekening van de praktijk.
Dit is een belangrijk signaal: een opzegtermijn in een overeenkomst van opdracht is juridisch afdwingbaar. Het is geen vrijblijvende afspraak. Beëindigt jouw opdrachtgever de samenwerking zonder de contractuele termijn te respecteren? Dan sta je als zzp'er in je recht om de gederfde inkomsten over die periode op te eisen.
Wat betekent dit voor jou als zzp'er?
Deze uitspraak raakt twee vragen die op dit moment voor veel zzp'ers spelen.
1. Over de kwalificatie:
Was je in de praktijk inhoudelijk vrij, kon je zelf opdrachten weigeren en deelde je je eigen tijd in? Dan is de kans groot dat een rechter de overeenkomst ook als opdracht kwalificeert. De druk vanuit de handhaving verandert niets aan hoe een rechter naar de feiten kijkt.
2. Over de opzegging:
Controleer altijd wat er in jouw contract staat. Staat er een opzegtermijn in? Dan is die bindend voor beide partijen. Als je opdrachtgever zich daar niet aan houdt, dan heb je recht op een vergoeding over de gemiste periode. Staat er geen termijn in het contract, dan geldt een ‘redelijke termijn’. Deze is afhankelijk van hoe lang je al samenwerkt en hoe afhankelijk je bent van de opdracht.
In beide gevallen geldt: wijs je opdrachtgever eerst schriftelijk op de geldende termijn en maak duidelijk dat je aanspraak maakt op de vergoeding. Kom je er niet uit, dan is de kantonrechter een reële route; zeker als de afspraken duidelijk op papier staan.
Tot slot
Deze uitspraak laat zien dat zzp'ers op twee fronten in hun recht kunnen staan. De kwalificatievraag valt in het voordeel van de zzp'er uit als de feitelijke vrijheid groot genoeg was. De opzegtermijn biedt daarnaast bescherming bij beëindiging, ongeacht hoe snel de opdrachtgever wil stoppen.
Heb je vragen over jouw situatie, twijfel je of jouw contract goed in elkaar zit, of overweeg je stappen na een te korte opzegging? Neem contact op met SoloPartners.