Nieuws

31 juli 2026

Wie 63.850 vacatures heeft, sluit geen deuren

Werkgevers willen zelfstandige inzet in de zorg wettelijk beperken. Hun eigen rapport 'Regeldruk en het werkgeversklimaat' laat zien waarom dat onlogisch is.

Rapport regeldruk en het werkgeversklimaat

Opmerkelijk... ongewenst effect wordt beleidsdoel

Er staat een opmerkelijke passage in Regeldruk en het werkgeversklimaat, het rapport dat Sira Consulting deze maand publiceerde in opdracht van werkgeversvereniging AWVN. Op pagina 23 constateren de onderzoekers dat onduidelijkheid over de regels en angst voor boetes ertoe leiden dat werkgevers ‘liever geen zzp’ers meer inzetten, ook als dat eigenlijk wel passend is’. Dat is een scherpe en juiste diagnose; risicomijding verdringt inhoudelijke afweging.

Vier pagina’s later stelt hetzelfde rapport voor om die risicomijding in de wet vast te leggen. Het voorstel: expliciteer wettelijk dat langdurige zelfstandige inzet ‘in beginsel niet passend’ is bij kernactiviteiten in onder meer de zorg. Wat op pagina 23 van het rapport een ongewenst neveneffect is, wordt op pagina 27 een beleidsdoel.

Het cijfer dat het voorstel ondergraaft

In het eerste kwartaal van 2026 stonden er 63.850 vacatures open in zorg en welzijn (CBS, Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn). De sector is groter dan ooit (eind 2025 ruim 1,53 miljoen werknemers) en tóch blijft het tekort nijpend. Het ziekteverzuim liep in het vierde kwartaal van 2025 op naar 7,9%, het hoogste niveau in drie jaar.

Om in die context een categorie werkenden wettelijk buiten de deur zetten, vraagt om een stevige onderbouwing. En die staat niet in het rapport. Er staat geen kwantificering van hoe groot het probleem in de zorg is, geen analyse van waar die capaciteit dan vandaan moet komen en geen doorrekening van wat het betekent voor de roosters die nu al niet rondkomen.

De cijfers zeggen iets anders dan het voorstel suggereert

Wie naar de CBS-branchecijfers kijkt, ziet dat het voorstel zich richt op de plekken waar het minst gebeurt. In het derde kwartaal van 2025 was het aandeel zzp’ers in de verpleging, verzorging en thuiszorg 3,5%, in de gehandicaptenzorg 2,5% en in ziekenhuizen 4,3%. Dit zijn bij uitstek de ‘kernactiviteiten’ waarover het voorstel gaat. En het zijn de laagste percentages van de hele sector, ruim onder het landelijke gemiddelde van 12,1 procent.

De hoge aandelen zitten elders: bij huisartsen en gezondheidscentra (16,7%) en in de categorie ‘overige zorg en welzijn’ (waaronder fysiotherapeuten en tandartsen, 25%). Dat zijn overwegend praktijkhouders en vrije beroepen; precies niet het beeld van ‘structureel werk onder leiding en toezicht’ dat het voorstel wil aanpakken. Een wettelijke afbakening op sectorniveau raakt daarmee vooral de verkeerde mensen. Of nauwelijks iemand. Beide uitkomsten pleiten tegen wetgeving.

De markt heeft de correctie al uitgevoerd

Het aantal zzp’ers in zorg en welzijn piekte in het eerste kwartaal van 2024 op 166.000 en stond in het derde kwartaal van 2025 op 141.000. RegioPlus, het samenwerkingsverband van de twaalf regionale werkgeversorganisaties in zorg en welzijn, telde eind 2025 28.000 zelfstandigen minder in de sector dan een jaar eerder. Het CBS wijst als verklaring op de handhaving op schijnzelfstandigheid die op 1 januari 2025 inging.

Die daling kwam tot stand zonder nieuwe wet. Handhaving en het vooruitzicht van boetes vanaf 2025 doen hun werk; sneller en harder dan de wetgever waarschijnlijk voor ogen had. De vraag die het rapport niet stelt: wat voegt een wettelijk verbod daar nog aan toe, behalve het wegnemen van de rest?

En een tweede vraag, die er politiek meer toe doet: waar zijn die 28.000 mensen gebleven? Het rapport gaat ervan uit dat wie niet als zelfstandige mag werken, in loondienst gaat. Die aanname is niet onderbouwd. Bij een gelijktijdig stijgend verzuim en 63.850 openstaande vacatures is de mogelijkheid dat een deel de sector verlaat geen theoretische…

Schijnzelfstandigheid bestaat en schaadt

Dit is geen pleidooi tegen het bestrijden van schijnzelfstandigheid. Schijnzelfstandigheid bestaat en schaadt in de eerste plaats de betrokken werkende, die loondoorbetaling bij ziekte, pensioenopbouw en ontslagbescherming mist. Het rapport benoemt dat correct en heeft het op dat punt bij het rechte eind.

Roep om duidelijkheid en durf

Het rapport becijfert de regeldrukkosten van het voorkomen van schijnzelfstandigheid, voor de onderzochte modelwerkgever, op € 2.700 per jaar. Op een totaal van ruim € 1,1 miljoen aan jaarlijkse regeldrukkosten is dat minder dan 0,25%. Het contract met de arbodienst kost dezelfde werkgever € 40.154.

Voor de verplichting die 0,25% van de lasten veroorzaakt, wordt de meest ingrijpende structurele ingreep uit het hele rapport voorgesteld. Als het werkelijk om regeldruk gaat, ligt de winst evident elders!

Sira noemt zelf dat dit voorstel ‘politieke moed’ vergt. Dat is het juiste woord voor de verkeerde keuze. De moedige stap voor werkgevers in de zorg is niet het sluiten van een toegangsweg naar de sector, maar het inrichten van een systeem waarin duidelijk is wie waar mag werken. En waarin men vervolgens ook durft in te huren!