Nieuws
3 april 2026
Zonder zzp’ers komt continuïteit van 24/7-zorg onder druk
De huisartsenzorg in Nederland staat onder druk en we naderen een kantelpunt. Wat lange tijd werd gezien als een structureel probleem, ontwikkelt zich razendsnel tot een acute uitdaging.
De signalen zijn duidelijk: praktijken nemen geen nieuwe patiënten meer aan en wachttijden lopen op. Maar achter de schermen groeit een nog groter probleem; de continuïteit van de spoedzorg staat onder druk. Dit raakt iedere Nederlander. Want als de huisartsenzorg vastloopt, verschuift de druk direct naar spoedposten en ziekenhuizen.
Tijd dringt: praktijk wacht niet op beleid
De urgentie is concreet en direct voelbaar. Huisartsenspoedposten (HAP’s), vertegenwoordigd door InEen, zijn nu al bezig met het vullen van roosters voor 2027. Tegelijkertijd worstelen zij met de vraag hoe zij binnen de huidige regelgeving nog met zzp-huisartsen kunnen werken.
Er liggen twee modellen op tafel:
- loondienst
- regionale coöperaties
Maar geen van beide modellen biedt op dit moment zekerheid. En dat is precies het probleem: de praktijk wacht niet op beleid.
Model 1. Loondienst klinkt logisch, maar schuurt met de praktijk
Het loondienstmodel voldoet juridisch, maar schuurt met de realiteit van de huisartsenzorg. De gevolgen zijn voorspelbaar:
- waarnemers verliezen flexibiliteit en haken mogelijk af
- inzet bij meerdere posten wordt beperkt
- het aantal beschikbare diensten daalt
De conclusie vanuit de sector is helder: minder waarnemers betekent direct minder beschikbare zorg in de avond-, nacht- en weekenduren. En dat effect stopt daar niet. Als diensten niet worden gevuld moeten praktijkhouders bijspringen en komt hun beschikbaarheid overdag onder druk te staan. Dit verslechtert de toegang tot zorg voor patiënten. Dit is geen theoretisch risico, maar een reëel scenario dat de hele huisartsenzorg onder druk zet.
Interpretatie wringt met de zorgrealiteit
In de discussie over zzp’ers is één cruciaal punt vaak onvoldoende scherp. Waarnemende huisartsen nemen zelfstandig medische beslissingen en dragen eigen professionele verantwoordelijkheid. Ze handelen direct in relatie tot de patiënt. In veel gevallen ontbreekt daarmee een klassieke gezagsverhouding, zoals bedoeld binnen de Wet DBA.
Dat betekent niet automatisch dat er geen sprake kan zijn van schijnzelfstandigheid. Het laat wel zien dat de praktijk van waarnemerschap wezenlijk anders is dan de situaties waarop de regelgeving oorspronkelijk was gericht. De vraag ‘sluiten de huidige interpretaties nog wel aan op de realiteit van de zorg’, is dan ook gerechtvaardigd.
Model 2: Coöperatiemodel klinkt logisch, maar staat in wachtstand
Het regionale coöperatiemodel sluit beter aan bij de praktijk door behoud van flexibiliteit, gezamenlijke verantwoordelijkheid en regionale borging van zorg. Maar de sector wacht op duidelijkheid van de Belastingdienst. Zolang die duidelijkheid uitblijft, blijft de onzekerheid bestaan. En ondertussen tikt de klok door…
De druk loopt verder op
De risico’s nemen toe door dreiging van naheffingen en boetes, onzekerheid bij zorgorganisaties en terughoudendheid bij de inzet van zzp’ers. Als handhaving plaatsvindt zonder duidelijk en werkbaar alternatief, kan dat direct gevolgen hebben voor de inzetbaarheid van zorgverleners.
De sector houdt rekening met vervolgstappen, waaronder juridische procedures.Maar tegen de tijd dat die worden gevoerd, kan de impact op de zorg al groot zijn.
Zonder zzp’ers komt de huisartsenzorg onder druk
De inzet van zzp’ers wordt in het politieke debat vaak neergezet als probleem. Onder andere door het Ministerie van VWS wordt dit deels benaderd als een arbeidsmarktvraagstuk. Maar in de praktijk is die scheiding lastig vol te houden. De huisartsenzorg draait op een combinatie van vaste krachten en zelfstandig waarnemers. Zonder voldoende inzet van zzp’ers blijven diensten vaker openstaan. De druk op huisartsen neemt toe en de toegankelijkheid tot zorg verslechtert. Dat raakt hiermee direct aan de continuïteit van zorg.
Meer mogelijk dan het huidige frame
De discussie wordt vaak teruggebracht tot twee keuzes: loondienst óf stoppen met zzp’ers. Maar die tegenstelling is té beperkt. Binnen de kaders van de Wet DBA lijken er meer mogelijkheden, zoals:
- regionale samenwerking met zelfstandige waarnemers
- coöperatieve modellen
- hybride werkvormen
De praktijk laat zien dat deze vormen in ontwikkeling zijn en in sommige gevallen al worden toegepast. Het vraagstuk zit dan ook niet alleen in wat er kan, maar vooral in de mate van duidelijkheid en zekerheid daarover. Zolang heldere kaders uitblijven, blijft de sector terughoudend. En precies dát is waar de druk verder oploopt.
De vraag is dus niet óf het voelbaar en merkbaar wordt, maar wanneer en hoe snel.
Beleid moet de praktijk bijbenen
De huisartsenzorg staat dus op een kantelpunt. De praktijk laat zien dat zzp-huisartsen een belangrijke rol spelen in het draaiend houden van het systeem. Tegelijkertijd zorgt onduidelijkheid in regelgeving en interpretatie voor terughoudendheid en risico’s. De uitdaging ligt daarom niet alleen in het aanpassen van modellen. Het ligt vooral in het bieden van duidelijke, werkbare kaders die aansluiten bij de realiteit van de zorg. Zonder die duidelijkheid komt de continuïteit van huisartsenzorg steeds verder onder druk te staan. En dat raakt uiteindelijk iedereen.