Nieuws

31 maart 2026

Zzp kan wél! Waarom doet de zorg alsof het niet kan?

Het afgelopen jaar is er iets fundamenteels misgegaan in de zorg; niet in de wet, niet in de rechtspraak maar in de beeldvorming. In steeds meer organisaties is de overtuiging ontstaan dat zzp-inhuur niet meer kan en dat klopt niet. De gevolgen hiervan zijn inmiddels zichtbaar.

Zzp kan wel

De feiten (en die zijn helder)

Onlangs plaatsen wij het artikel ‘Rechter: zzp-constructie houdt stand, wél recht op vergoeding’. Hierin bespraken we een recente uitspraak waarbij de rechter opnieuw de juridische werkelijkheid bevestigt.

In het artikel kwam een casus aan bod van een logopediste. De situatie kenmerkte zich als volgt:

  • Er was één opdrachtgever
  • Er werd gewerkt binnen de organisatie
  • Er werd gebruik gemaakt van systemen en het EPD
  • Er werd zorg verleend aan cliënten van de organisatie
  • Er was geen structurele vervanging

Kortom, in de ogen van velen hét profiel van ‘risicovol’.

Het oordeel was: ‘geen gezag → geen arbeidsovereenkomst → zzp is mogelijk’

Waarom draait het juridisch écht?

De toets is onveranderd: ‘is er sprake van gezag?’ De vraag is niet óf iemand intramuraal werkt, onderdeel is van een team en of er protocollen worden gevolgd. De vraag is wie bepaalt hoe het werk wordt uitgevoerd, of er inhoudelijke aansturing is en of er hiërarchische controle is. Dát is de kern.

Wat zie we in de praktijk?

In de sector is de kern naar de achtergrond verdwenen. Daarvoor in de plaats is een nieuw uitgangspunt gekomen: risico vermijden door zzp-inhuur te stoppen. Dit gebeurt niet op basis van rechtspraak, maar is gebaseerd op beeldvorming. Beeldvorming die leidend is geworden in bestuursbesluiten, HR-beleid, regionale afspraken en operationele planning.

De impact is voelbaar en vraagt om keuzes

De consequenties hiervan zijn niet theoretisch. Ze zijn operationeel; roosters komen niet rond, teams raken overbelast, verzuim neemt toe en de continuïteit staat onder druk. Uiteindelijk is de cliënt hiervan het slachtoffer.

Voor bestuurders en directies ligt hier een fundamentele keuze. Blijf je sturen op een generiek risicobeeld dat juridisch niet klopt? Of stuur je op feitelijke samenwerking, actuele rechtspraak en concrete inrichting van opdrachten?

De realiteit onder ogen zien

Schijnzelfstandigheid moet worden aangepakt. Daar is geen discussie over. Maar ben je bewust van het feit dat niet elke zzp-relatie ‘schijnzelfstandig’ is. Het volledig uitsluiten van zzp-inzet lost het capaciteitsprobleem niet op. Het vergroot de druk op vaste teams en beperkt de flexibiliteit die de zorg juist nodig heeft.

Mogen we wat vragen?

We stellen graag een aantal eerlijke vragen aan de sector:

  • Aan zorgverleners:
    Wil je blijven horen dat ‘zzp niet meer kan’, terwijl je structureel meer moet opvangen?
  • Aan organisaties:
    Is het verantwoord om zzp-inzet uit te sluiten als de capaciteit niet op orde is?
  • Aan de politiek:
    Wat zijn de gevolgen als beeldvorming sterker wordt dan de juridische werkelijkheid?

De feiten zijn helder:

  • zzp-schap in de zorg is niet automatisch schijnzelfstandig
  • werken binnen een organisatie is niet automatisch een dienstverband
  • protocollen en systemen betekenen niet automatisch gezag
  • de toets blijft altijd: is er feitelijk gezag of niet?

Ondanks deze feiten blijft toch het beeld hangen dat het zelfstandig ondernemerschap in de zorg eigenlijk niet meer mag.

Zzp kan wél

De grootste risico’s in de zorg zijn op dit moment niet alleen juridisch. Ze zijn juist operationeel: uitval, werkdruk en toegankelijkheid van zorg. De vraag is daarom niet alleen “mogen we zzp’ers inzetten?” Maar ook “kunnen we het ons veroorloven om het niet te doen?”

De sector heeft geen behoefte aan méér ruis maar aan helderheid. Want zzp kan wél!