Nieuws
5 oktober 2026
Zwaardere straffen bij geweld tegen zorgverleners: wat je als zzp’er zelf moet regelen
Sinds 1 oktober eist het Openbaar Ministerie (OM) bij fysiek geweld tegen hulpverleners in principe een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Een boete of taakstraf is niet langer het uitgangspunt. En de strafeis is twee keer zo hoog als bij hetzelfde delict tegen een willekeurig slachtoffer. De richtlijn geldt ook voor medisch personeel en dus ook voor jou; of je nu in dienst bent of als zelfstandige werkt. Maar wie doet de aangifte als het tijdens een opdracht gebeurt? En wie regelt de nazorg?
Wat is er per 1 oktober veranderd?
Het OM heeft twee dingen herzien: de richtlijn voor strafvordering bij fysiek geweld tegen functionarissen met een publieke taak en de Eenduidige Landelijke Afspraken (ELA) tussen politie en OM. Beide gelden sinds 1 oktober 2026.
Kern van de richtlijn: bij fysiek geweld eist de officier van justitie voortaan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in plaats van een geldboete of taakstraf. Afwijken kan alleen bij hoge uitzondering en dan gemotiveerd. Een voorbeeld uit de berichtgeving: bij een poging tot zware mishandeling zonder wapen, door iemand zonder strafblad en zonder verwondingen, komt de eis uit op drie maanden celstraf. Voor een willekeurig slachtoffer is het uitgangspunt 80 uur taakstraf.
In de ELA (Eenduidige Landelijke Afspraken) is afgesproken dat deze zaken hoge prioriteit krijgen, dat er waar mogelijk lik-op-stuk wordt toegepast en dat slachtoffers én werkgevers beter worden geïnformeerd over het verloop van hun zaak. Ook komt er een digitale aangifte, speciaal voor deze zaken.
Geldt dit ook voor jou als zelfstandige?
De richtlijn kijkt naar de publieke taak die iemand uitvoert, niet naar de contractvorm. Je bent dus niet minder beschermd omdat je zzp’er bent.
Wel moeten we een eerlijke kanttekening maken. Het OM en de politie noemen expliciet ‘ambulance- en medisch personeel’, naast opsporingsambtenaren, brandweer, buschauffeurs, advocaten, rechters en journalisten. Daarnaast is er de bredere categorie ‘andere functionarissen met een publieke taak’. Of een begeleider in de gehandicaptenzorg of een verzorgende in de wijk daar in een concrete zaak onder valt, staat niet letterlijk in de richtlijn. Leg bij een aangifte dus goed vast in welke hoedanigheid je werkte en bij welke organisatie je was ingezet.
Wat je in loondienst krijgt, en je als zzp’er zelf moet regelen
Hier zit het echte verschil. Een verpleegkundige in loondienst heeft een werkgever met een agressieprotocol, die ondersteunt bij de aangifte, nazorg organiseert en het loon doorbetaalt bij uitval. De ELA regelt zelfs expliciet dat de werkgever op de hoogte wordt gehouden van de zaak.
Als zelfstandige heb je die werkgever niet. Dat betekent concreet:
- Aangifte:
je doet zelf aangifte en je bent zelf degene die bij de opdrachtgever moet navragen of het incident daar ook is gemeld. - Nazorg:
geen bedrijfsarts en geen vertrouwenspersoon. - Inkomen:
val je uit, dan stopt je omzet. Een arbeidsongeschiktheidsverzekering vangt dat deels op, maar vaak met een wachttijd. Lees ook: De Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen (BAZ) en 'Handige/verstandige' verzekeringen voor zzp'ers. - Informatievoorziening:
de afspraak dat werkgevers op de hoogte worden gehouden, heeft voor jou geen effect. Je zult er zelf achteraan moeten.
Strafrecht komt achteraf
Tot slot een nuance die in het nieuws vaak wegvalt. Een zwaardere strafeis klinkt stevig, maar het beleid van 200 procent strafverhoging bestaat al sinds 2006. Onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) uit 2024 liet zien dat officieren en rechters die verhoging zelden volledig toepassen. Zij vinden de uitkomst veelal niet in verhouding staan tot het delict; rechters hanteren eerder 33 tot 100 procent. De onderzoekers adviseerden toen al om minder te leunen op ‘strenger straffen’ en meer op preventie. Ook de politie tempert de verwachtingen: niet elke melding wordt een aangifte en niet elke aangifte leidt tot een rechtszaak.
De richtlijn lost het onderliggende probleem dus niet op. Agressie ontstaat vaker op afdelingen waar te weinig mensen staan en waar cliënten steeds nieuwe gezichten zien; precies de situatie waarin veel zelfstandigen worden ingezet.
SoloPartners pleit ervoor dat zorgorganisaties zelfstandigen meenemen in hun agressieprotocol, incidentmeldingen en nazorg. Niet als gunst, maar omdat ze als opdrachtgever ook de verantwoordelijkheid hebben om te zorgen voor een veilige werkomgeving voor de zzp’ers in de organisatie.