Nieuws
6 maart 2026
Aartsen trekt stekker uit de Vbar; wat betekent dat voor jou als zorgprofessional?
Minister Aartsen (Werk en Participatie) heeft de Tweede Kamer geïnformeerd dat de Wet Vbar wordt opgesplitst en het onderdeel over het rechtsvermoeden van werknemerschap als een volledig aparte wet wordt ingevoerd. Tegelijkertijd laat hij de koppeling los die in het coalitieakkoord nog stond; de gelijktijdige invoering van sectorale rechtsvermoedens en een toetsingscommissie gaat niet door. Voor zzp'ers in de zorg heeft dit directe gevolgen. SoloPartners zet op een rij wat er is veranderd en wat dit voor jou betekent.
Wat is de Wet Vbar ook alweer?
Even terug naar het begin. De Wet Vbar (Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden) is het wetsvoorstel dat voormalig minister Van Hijum in juli 2025 indiende bij de Tweede Kamer. Die wet had twee doelen:
- Het V-deel wilde duidelijker maken wanneer iemand als zelfstandige mag werken en wanneer sprake is van werknemerschap, met een uitgebreid wegingskader.
- Het R-deel introduceerde een rechtsvermoeden van werknemerschap: wie minder dan een bepaald uurtarief verdient, wordt geacht werknemer te zijn, tenzij de opdrachtgever het tegendeel aantoont.
De wet lag gevoelig. Zeker in de zorg, waar tienduizenden zzp'ers werken als verpleegkundige, verzorgende of begeleider. Kritiek was er van alle kanten: het wegingskader werd als te onduidelijk beschouwd, de uitvoering door de Belastingdienst als onhaalbaar en de gevolgen voor de arbeidsmarkt in de zorg als onvoorzienbaar groot.
Coalitieakkoord 'Aan de slag': de eerste koerswijziging
Bij het aantreden van het nieuwe kabinet in februari 2026 was al duidelijk dat de Vbar, in zijn oorspronkelijke vorm, politiek geen toekomst had. In het coalitieakkoord 'Aan de slag' werd vastgelegd dat de wet gesplitst zou worden:
- Het V-deel, het zware verduidelijkingskader, zou op termijn worden vervangen door de Zelfstandigenwet; een initiatief dat Aartsen (VVD) als kamerlid, samen met D66, CDA en SGP, ontwikkelde.
- Het R-deel, het rechtsvermoeden, zou wél worden ingevoerd. Maar in het coalitieakkoord was nog een koppeling opgenomen: tegelijk met het rechtsvermoeden zouden ook sectorale rechtsvermoedens en een toetsingscommissie worden geïntroduceerd. Die sectorale rechtsvermoedens zouden in sectoren met een hoog risico op schijnzelfstandigheid, zoals de zorg, de bouw en de schoonmaak, extra bescherming bieden aan werkenden. De toetsingscommissie zou vooraf bindend advies kunnen geven over de aard van een arbeidsrelatie.
Minister Aartsen gaat stap verder
Nu gaat Aartsen een stap verder. In zijn recente aankondiging aan de Tweede Kamer maakt hij duidelijk dat het rechtsvermoeden als volledig zelfstandige wet wordt ingevoerd; los van de rest van de Vbar én los van de Zelfstandigenwet in wording. Maar tegelijkertijd laat hij ook de koppeling vallen die in het coalitieakkoord nog wél stond: de sectorale rechtsvermoedens en de toetsingscommissie komen er voorlopig niet. Die worden vermoedelijk opgenomen in de Zelfstandigenwet.
Wat overblijft, is dus uitsluitend het rechtsvermoeden van werknemerschap bij een laag uurtarief. Wie onder de vastgestelde tariefgrens werkt, momenteel bepaald op circa € 36,- à € 38,- per uur, kan bij zijn of haar opdrachtgever een beroep doen op dit rechtsvermoeden. Doet de opdrachtgever niets, dan kan de zaak aan de rechter worden voorgelegd.
Wat betekent dit voor zzp'ers in de zorg?
De zorg is een sector waar dit rechtsvermoeden direct aankomt. Veel zzp'ers in de zorg werken op tarieven die dicht bij de wettelijke grens liggen of er net onder zitten. Juist voor verpleegkundigen, verzorgenden en begeleiders die vanuit persoonlijke overtuiging kiezen voor het zelfstandig ondernemerschap, zijn de gevolgen concreet.
Het ‘rechtsvermoeden van werknemerschap bij een laag tarief’ blijft dus staan. Werk jij als zorgprofessional onder de tariefgrens en heb je daar geen problemen mee? Dan verandert er niets. Pas als je als zzp’er een beroep doet op het rechtsvermoeden, is het aan de opdrachtgever om te bewijzen dat er sprake is van een overeenkomst van opdracht en niet van een arbeidsovereenkomst.
Dat is een verschuiving die de positie versterkt van zzp’ers die tegen hun zin en voor een onredelijk laag tarief werken als zelfstandige. De verwachting is dan ook dat het rechtsvermoeden aan de onderkant van de markt veel effect heeft. Voor zzp’ers die bewust voor het ondernemerschap kiezen, en die nu werken met tarieven (net) onder de grens van het rechtsvermoeden, worden de tarieven waarschijnlijk opgetrokken tot boven die grens; zo kan worden voorkomen dat een beroep wordt gedaan op het rechtsvermoeden.
SoloPartners: hoopvol gestemd
Wij vinden het positief dat de onwerkbare onderdelen van de Vbar van tafel gaan. Daarnaast zijn wij heel benieuwd naar hoe de Zelfstandigenwet eruit gaat zien en hoe die gaat zorgen voor duidelijkheid vooraf. Zorgt dit er eindelijk voor dat de discussie over schijnzelfstandigheid wordt beëindigd?
SoloPartners volgt de ontwikkelingen rond de zzp-wetgeving op de voet. We behartigen de belangen van zelfstandigen in de zorg; zowel voor als achter de schermen. Dat doen we niet alleen vanuit onze rol als brancheorganisatie maar ook vanuit onze bestuursfunctie binnen de Vereniging Zelfstandigen Nederland (VZN). Zo maken we, specifiek voor zorg-zzp’ers, onze vuist nog groter en versterken we onze invloed ‘aan tafels die ertoe doen’. Dit is ook de reden waarom Vereniging SoloPartners is opgericht. Zo kunnen we nóg krachtiger optreden en de belangen van zorg-zzp’ers nóg beter behartigen.
SoloPartners blijft de politiek aanspreken op de noodzaak van een werkbaar en eerlijk kader voor zelfstandig zorgprofessionals. We houden je vanzelfsprekend op de hoogte van alle verdere ontwikkelingen.