Nieuws
13 februari 2026
Minder zzp’ers in de zorg: uitstroom of uitstel?
Het aantal zzp’ers in de zorg is in één jaar tijd met 13% gedaald. In de VVT zelfs met 63%. Dat blijkt uit een analyse van ING op basis van CBS-cijfers over de periode Q2 2024 tot Q3 2025. Alleen in de GGZ was nog sprake van groei (+8%). De daling wordt door sommigen gepresenteerd als een succes: minder zelfstandigen, meer mensen in loondienst. Maar vertellen deze cijfers werkelijk dat verhaal?
Wat de cijfers niet laten zien
De cijfers tonen een afname, maar laten cruciale vragen onbeantwoord:
- Hoeveel zzp’ers zijn daadwerkelijk in loondienst gegaan?
- Hoeveel professionals hebben de zorg verlaten?
- Hoeveel werken via andere constructies, zoals detachering of uitzenden?
- Is de zorgcapaciteit op peil gebleven of juist afgenomen?
Zelfs ING erkent dat uit de cijfers niet blijkt of de zorgproductie gelijk is gebleven of is afgenomen. Een daling in aantallen zegt dus nog niets over versterking van vaste teams.
Op de werkvloer geen verlichting
In de praktijk klinkt een ander verhaal. Vakbonden en zorgprofessionals signaleren geen versterking van vaste teams, maar juist oplopende werkdruk en aanhoudende personeelstekorten.
NU’91 meldt na een peiling onder duizend zorgprofessionals dat roosters niet rondkomen en de werkdruk stijgt. 13 procent van de zzp’ers overweegt zelfs helemaal te stoppen in de zorg. Ook FNV Zorg & Welzijn waarschuwt voor een fors oplopend personeelstekort richting 2034. Het idee dat zelfstandigen massaal terugkeren naar loondienst wordt door hen een illusie genoemd zolang arbeidsvoorwaarden niet structureel verbeteren.
Het meest waarschijnlijke scenario? Geen groei van vast personeel, maar verschraling van zorg.
De schaduw van de Wet DBA
De daling valt samen met de aangekondigde strengere handhaving van de Wet DBA per 1 januari 2025. Maandenlang heerste onzekerheid over mogelijke boetes bij schijnzelfstandigheid. Veel organisaties beperkten daarom hun inzet van zzp’ers of stopten ermee. Kort voor het kerstreces werd de handhaving uitgesteld. Maar toen waren reorganisaties en contractbeëindigingen al in gang gezet.
De vraag is dan ook niet óf de Wet DBA invloed heeft gehad. De vraag is hoeveel van deze uitstroom is veroorzaakt door onzekerheid in plaats van een bewuste loopbaankeuze.
Ondernemerschap is geen tijdelijke bevlieging
Een deel van de zelfstandigen zal bewust hebben gekozen voor loondienst. Maar een ander deel stopte omdat de ruimte om te ondernemen tijdelijk werd beperkt. Dat onderscheid is essentieel.
Zelfstandig ondernemerschap is geen toevallige keuze. Zij kiezen voor autonomie, professionele verantwoordelijkheid en directe cliëntrelaties. Die drijfveren verdwijnen niet door regelgeving; ze worden hooguit tijdelijk onderdrukt.
Wat wij zien bij 35.000 zorgondernemers
Wat SoloPartners de afgelopen jaren heeft geleerd van ruim 35.000 leden; ondernemerschap is een bewuste keuze, dat doen zij vanuit overtuiging. Zodra er duidelijkheid en werkbare kaders zijn, ontstaat weer ruimte om te ondernemen.
De huidige daling lijkt daarom niet uitsluitend definitieve uitstroom, maar deels een tijdelijke terugval door onzekerheid en handhavingsdruk.
Wat nu nodig is
Als we werkelijk willen begrijpen wat er gebeurt, zijn scherpere inzichten nodig:
- Hoeveel voormalige zzp’ers werken nu in loondienst?
- Hoeveel zijn de zorgsector verlaten?
- Wat zijn hun toekomstplannen?
- Wat betekent dit voor de daadwerkelijke zorgcapaciteit?
En belangrijker: beleid dat ruimte biedt aan gezond ondernemerschap. Met duidelijke criteria, werkbare toetsing en vertrouwen in professionals. De zorg heeft deze mensen nodig. Als zelfstandige. Als flexibele schil. Als specialist.
De vraag is niet of zij terug willen komen. De vraag is of we ze de ruimte geven.
SoloPartners behartigt de belangen van ruim 35.000 zelfstandig zorgprofessionals in Nederland en pleit voor werkbare regelgeving die ruimte biedt aan gezond ondernemerschap in de zorg.