Zorgverleners en de coöperatie 

Geplaatst op: 20 december 2019 - Dit artikel printen - Dit artikel delen

In dit artikel nemen we de fiscale problematiek onder de loep van zorgverleners die lid zijn van een coöperatie. Veel zorgverleners denken dat zij veilig zijn voor de fiscus als zij werken via een coöperatie.

Helaas, ook hier komen we weer zeer schrijnende gevallen tegen. De belastingdienst kan achteraf alsnog vaststellen dat zij hun zorgwerkzaamheden alsnog uitvoerden in dienstbetrekking in plaats van zelfstandig ondernemerschap. In de praktijk heeft dit zelfs geleid tot situaties waarbij de zorgverlener uiteindelijk hun eigen woning moesten verkopen om de daardoor ontstane schulden te kunnen voldoen. In dit artikel leggen we uit hoe dat kan gebeuren.

1. Waarom een coöperatie? 

Als zelfstandig opererende zorgverlener is het moeilijk om in je eentje een contract af te sluiten met een verzekeringsmaatschappij, een zorgkantoor of de gemeente. Zij stellen vaak (terecht of niet terecht) een hoop stringente administratieve en kwaliteitsvoorwaarden. Zij stellen daarnaast ook eisen aan de omvang van de omzet van de zorgverleners. Aan al die voorwaarden kan de zelfstandige opererende zorgverlener in haar eentje niet voldoen.

Eendracht maakt macht. Als veel zorgverleners hun krachten bundelen, dan worden zij wél interessant voor de verzekeringsmaatschappijen, zorgkantoren en/of gemeenten. Met dat doel voor ogen richten zorgverleners een coöperatie op.

De coöperatie zelf heeft een eigen rechtspersoonlijkheid. Dat wil zeggen de coöperatie kan zelfstandig overeenkomsten afsluiten met bijvoorbeeld de gemeente. Het voordeel voor de gemeente is dat zij slechts te maken krijgen met één contractspartij (de coöperatie), en hoeven vaak slechts één inkoopfactuur op te stellen, slechts één keer te betalen, en hebben meteen een vrije grote omzetvolume.

Dus op zich een goed idee van de zorgverleners om via een coöperatie als een sterke marktpartij op te treden tegen de grote marktpartijen zoals een verzekeringsmaatschappij, zorgkantoor of een gemeente.

Echter, zoals zo vaak en zeker in de zorg komt de fiscus vaak op een niet zo plezierige manier om de hoek kijken.

2. Tussenkomst

Hieronder zullen we in het kort doornemen welke fiscale problemen we tegen kunnen komen bij het gebruik van een coöperatie door de enthousiaste zorgverleners.
Het grote probleem bij het gebruik van een coöperatie zit in de meeste gevallen in een eventuele toepassing door de belastingdienst van de tussenkomstfictie.

Als je gebruik maakt van een coöperatie is er in beginsel namelijk bijna altijd sprake van tussenkomst.
Dat ligt voor de hand. Immers de coöperatie is juist in het leven geroepen om namens de gezamenlijke leden als een grote(re) contractspartij op te treden tegen een grote marktpartij zoals een verzekeringsmaatschappij, zorgkantoor of gemeente.

In de praktijk gebeurt het dus dat er een zorgcontract wordt gesloten tussen de coöperatie en bijvoorbeeld de gemeente. Vervolgens gaat de coöperatie een opdrachtovereenkomst aan met alle of enkele van haar individuele leden om dit zorgcontract met de gemeente uit te voeren.
De coöperatie fungeert derhalve als een partij door wiens tussenkomst de zorgverlener een zorgopdracht uitvoert bij of aan de gemeente.

3. Fictieve dienstbetrekking

In dat geval is de tussenkomstfictie van toepassing. De contractuele relatie tussen coöperatie en zorgverlener wordt dan fictief aangemerkt als een dienstverband. Er is dan volgens de belastingwet sprake van een fictieve dienstbetrekking. Hoewel er sprake is van een fictieve dienstbetrekking heeft dit fiscaal echter dezelfde gevolgen als een echt dienstverband.

De coöperatie dient als fictieve werkgever alsnog loonheffingen te berekenen, in te houden en af te dragen over de netto aan de zorgverlener betaalde zorgvergoedingen. Dat is al gauw een opslag van minimaal 70% bovenop de netto uitbetaalde zorgvergoedingen.

Stel, de door de coöperatie aan de zorgverlener/lid coöperatie netto uitbetaalde zorgvergoeding bedraagt € 40.000. Dan wordt de te betalen loonheffing al gauw € 28.000. Als het een coöperatie is met een netto uitbetaalde zorgvergoeding van 2 miljoen euro per jaar, dan hebben we het al snel over een naheffingsaanslag loonheffingen van minimaal 1,4 miljoen euro!

Dit bedrag aan te betalen loonheffingen wordt door de belastingdienst verhaald op de coöperatie.
Het gevolg is dat de coöperatie opgezadeld wordt met zeer hoge naheffingsaanslagen loonheffingen en dit kan haar financiële ondergang worden.  De claim wordt door de belastingdienst gelegd bij de coöperatie.

De vraag is dus hoe dit de zorgverlener financieel raakt, waardoor zij zelfs hun eigen woning hebben moeten verkopen.

4. Verhaalsbepaling

Dit komt omdat de meeste coöperaties in de opdrachtovereenkomsten die zij sluiten met hun eigen leden een verhaalsbepaling opnemen. In de verhaalsbepaling staat vermeld dat als de contractuele relatie tussen zorgverlener/lid en de coöperatie achteraf alsnog wordt aangemerkt als een dienstbetrekking, de coöperatie het door haar betaalde bedrag aan loonheffingen kan verhalen op haar eigen leden!

En dit wordt ook daadwerkelijk gedaan door coöperaties. Dus hoewel zorgverleners denken door het gebruik maken van een coöperatie uitgesloten te zijn van aansprakelijkheid (immers bij Coöperatie U.A. staat U.A. voor uitgesloten aansprakelijkheid ) worden zij alsnog, en dan nog nota bene door hun eigen coöperatie, aangesproken tot betaling van de loonheffingen en dat op basis van een bepaling die de coöperatie zelf in hun contracten hebben laten zetten met hun eigen leden/zorgverleners.

Dus de zorgverleners zijn op basis van de wet uitgesloten van aansprakelijkheid, maar de coöperatie zelf, die toch juist in het belang van haar leden zou moeten optreden, zorgt langs een contractuele weg alsnog dat de zorgverleners aansprakelijk worden voor de te betalen loonheffingen!

5. Ontsnappingsmogelijkheid? 

Er is een ontsnappingsmogelijkheid ten aanzien van de aansprakelijkheid. De tussenkomstfictie is namelijk NIET van toepassing indien de zorgverlener/ lid coöperatie zelfstandig ondernemer is.

Echter dat is juist vaak het probleem bij zorgverleners die via een coöperatie zorgopdrachten uitvoeren, immers in de praktijk zien we namelijk vaak het volgende:
– de coöperatie is de enige contractspartij bij het binnenhalen van zorgopdrachten bij de grote(re)
marktpartijen zoals verzekeringsmaatschappijen, zorgkantoren en gemeenten;
– de coöperatie zorgt voor reclame, sales en marketing;
– de coöperatie zorgt voor de facturatie, vaak middels één verzamelfactuur;
– de coöperatie treedt als enige naar buiten toe;
– de coöperatie heeft een ‘pool’ zorgverleners/leden die de zorgondernemer bij ziekte kunnen vervangen;
met andere woorden de zorgverlener/lid coöperatie laat alles lopen en laat alles regelen via de coöperatie waardoor de zorgverlener/coöperatie lid te afhankelijk wordt of kan worden van de coöperatie. Vaak met het gevolg dat zij maar één belangrijke opdrachtgever hebben, namelijk de coöperatie.

En dán lopen de coöperatie én de zorgverleners/leden het risico dat de belastingdienst van oordeel is dat de zorgverlener/coöperatie lid niet aan te merken is als een zelfstandige zorgverlener. En als hij/zij niet aangemerkt kan worden als een zelfstandige ondernemer, dan is de tussenkomstfictie van toepassing. Dan dient de coöperatie de loonheffingen te betalen. De coöperatie verhaalt vervolgens op haar beurt het door haar betaalde bedrag aan loonheffingen op de zorgverlener. Hetgeen in de praktijk daadwerkelijk heeft geleid tot verkoop van de eigen woning door verschillende zorgverleners.

6. Advies

De juridische en commerciële doelstelling van zorgverleners om een coöperatie op te richten is begrijpelijk en is in de huidige zorgbranche vaak noodzakelijk, gezien de opstelling van grote marktpartijen als zorgverzekeringsmaatschappijen, zorgkantoren en gemeenten.

Echter fiscaal dient dit dan wel goed opgezet te worden. Zo niet dan kan dit zeer nadelige financiële en fiscale gevolgen hebben voor de coöperatie zelf en/of haar leden/zorgverleners.

Zo dient zeer goed nagedacht te worden hoe de coöperatie uit fiscaal oogpunt opgezet moet worden, welke contracten opgesteld moeten worden en hoe de administratie ingericht moet worden, zodat voorkomen wordt dat er sprake is van tussenkomst of een andere ongewenste fiscale status.

Ook aan de kant van de zorgverlener dient haar fiscale situatie goed doorgelicht te worden.
Zo moet een lid/zorgverlener er minimaal voor zorgen dat zij minimaal 2 andere, redelijke grote opdrachtgevers heeft en dat zij naast de coöperatie ook zelf actief is met het binnenhalen van opdrachten en ook overigens niet te afhankelijk is van de coöperatie.

7. Vragen of opmerkingen? 

Heb je vragen of opmerkingen ten aanzien van dit artikel dan kan je contact opnemen met Gijs Steijsiger 06-53492309 / info@de-kroon-adviseurs.nl of met SoloPartners 0852010140 / info@solopartners.nl

 

Dit artikel delen