Kennisbank
15 oktober 2026
Mag je als zzp-verpleegkundige werken volgens protocollen?
Zelfstandigenwet in de praktijk #1
Wat betekent de Zelfstandigenwet voor jouw dagelijkse praktijk als zelfstandig zorgprofessional? In deze serie bespreken we herkenbare praktijksituaties en bekijken we wat de voorgestelde wetgeving én de bestaande regels daarover zeggen. Zo krijg je meer inzicht in mogelijke risico’s en de ruimte om zelfstandig te blijven werken.
Het wetsvoorstel
Binnen ‘de veilige haven’ moet je vrij zijn om zelf te bepalen hoe je een opdracht uitvoert. Wil de opdrachtgever eigen protocollen, bedrijfsregels of kwaliteitseisen opleggen? Dan is dat volgens de toelichting bij de Zelfstandigenwet doorgaans een ‘indicatie’ dat die vrijheid ontbreekt.
De toelichting noemt ook uitzonderingen:
- Regels die ook voor bezoekers en anderen op de locatie gelden, zoals brandveiligheid, zeggen niets over hoe jij je werk doet.
- Wettelijke eisen die voor jou persoonlijk gelden, zoals een verplichte kwalificatie of certificering, zeggen niets over de (gezags)verhouding.
- Voor de zorg is een derde uitzondering het belangrijkst. Ook voorschriften die gelden ‘voor een gehele sector of beroepsgroep’, zoals sectorale kwaliteitseisen, mogen worden opgelegd. Voorwaarde is dat het risico van niet-naleven echt bij jou ligt en dat de opdrachtgever geen toezicht houdt op de uitvoering. Loopt de opdrachtgever zelf risico’s die hij niet naar jou kan verleggen, zoals reputatieschade, verlies van een keurmerk of een verplicht verbetertraject? Dan heeft hij volgens de toelichting een belang om te sturen en is er geen vrijheid.
De praktijk
Als zorgprofessional werk je volgens landelijke richtlijnen, de professionele standaard van je beroep en, als het goed is, niet de protocollen van de zorgorganisatie zelf. Ook niet voor bijvoorbeeld medicatie, hygiëne en veiligheid. Dat doe je omdat je zelf verantwoordelijk bent voor goede en veilige zorg.
Ten opzichte van de huidige wijze van beoordelen, verandert er door de Zelfstandigenwet niet echt iets. Het werken volgens protocollen, richtlijnen en beroepsnormen wordt nu ook al beoordeeld zoals hierboven weergegeven.
Waar wringt het?
Een zorginstelling is volgens de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) verplicht om met iedere zorgverlener die niet in dienst is schriftelijk af te spreken dat die zich houdt aan de wettelijke verplichtingen van de instelling. En aan haar regels over de zorgverlening. De instelling blijft zelf verantwoordelijk voor goede zorg. Dat soort risico kan de instelling volgens de toelichting niet naar jou verleggen.
De toelichting noemt de Wkkgz niet. Wel staat er dat regels over de verdeling van verantwoordelijkheden het moeilijker kunnen maken om de gezagsverhouding te beoordelen. Wanneer is een protocol nodig om de kwaliteit van het werk te waarborgen? En wanneer wijst het op aansturing zoals bij een werknemer? Dat blijft onduidelijk.
Standpunt SoloPartners
Het kabinet moet duidelijk onderscheid maken tussen professionele en wettelijke kwaliteitsregels enerzijds en personele aansturing anderzijds. Het volgen van protocollen maakt je niet automatisch werknemer. Dat was in 2015, in aanloop naar de Wkkgz, ook het standpunt van het kabinet.
Wat kun je nu al doen?
- Maak in je overeenkomst onderscheid tussen de professionele standaard en wettelijke eisen waar je zelf aan gebonden bent en de organisatie-eigen afspraken die je volgt.
- Spreek af dat jij aanspreekbaar bent op het naleven van de professionele standaard en dat je dat risico zelf draagt (bijvoorbeeld met je eigen beroepsaansprakelijkheidsverzekering).
- Spreek af dat de opdrachtgever het resultaat beoordeelt en niet meekijkt bij de uitvoering. Beoordelingsgesprekken over je functioneren passen daar niet bij.
- Leg vast dat je binnen die kaders zelf bepaalt hoe je de zorg uitvoert. En zorg dat het in de praktijk ook zo gaat. Volgens de toelichting telt de feitelijke uitvoering, niet alleen wat op papier staat.
Wat betekent dit voor jou?
Werken volgens protocollen kan ertoe leiden dat je buiten de ‘veilige haven’ valt. Maar dat maakt je niet automatisch werknemer of schijnzelfstandige.
Voldoe je niet aan alle voorwaarden van de veilige haven, dan blijft de bestaande beoordeling van de arbeidsrelatie gelden. Daarbij wordt gekeken naar alle feiten en omstandigheden van de samenwerking: de zogenoemde holistische toets. Eén kenmerk bepaalt dus niet automatisch de uitkomst. Wel geldt: hoe beter je zelfstandigheid in de praktijk zichtbaar is, hoe sterker je staat.
Laat jouw ervaring horen
De beoogde ingangsdatum van de Zelfstandigenwet is 1 januari 2028. Voor nu is het nog een voorstel, geen vaststaand eindpunt. De internetconsultatie loopt tot en met 29 oktober 2026 en het wetsvoorstel kan op onderdelen nog worden aangepast.
Juist ervaringen uit de zorg laten zien waar het wetsvoorstel aansluit op de praktijk en waar verduidelijking nodig is. Laat je stem horen en reageer via internetconsultatie.nl. Of deel jouw ervaring met SoloPartners via [email protected]. Wij nemen ervaringen van zelfstandig zorgprofessionals mee in onze eigen reactie op het wetsvoorstel.
Meer praktijkverhalen Zelfstandigenwet
Dit praktijkverhaal is er één uit een serie naar aanleiding van het artikel ‘De Zelfstandigenwet is niet het eindpunt. En zeker niet het einde van zzp in de zorg.’ De komende tijd vullen wij deze reeks aan. De totale reeks bestaat uit de volgende praktijkverhalen:
- Werken volgens protocollen en richtlijnen (dit artikel)
- Open diensten draaien en werken via een rooster (volgt)
- Deelnemen aan multidisciplinair overleg (MDO) (volgt)
- Werken in het elektronisch cliëntendossier (ECD) (volgt)
- Werken op uurbasis of per dienst (volgt)
- Langdurig werken voor dezelfde opdrachtgever (volgt)
- Werken met meerdere, maar niet altijd 'volwaardige', opdrachtgevers (volgt)
- Opdrachten uitvoeren via een bemiddelaar of platform (volgt)