Nieuws

De 8 leugens van Zorgverzekeraars Nederland over sterven thuis

maandag 1 april 2019    Dit artikel delen

Het programma Kassa laat afgelopen zaterdag Zorgverzekeraars Nederland aan het woord over de praktijk van palliatieve zorg. Het fragment van zo’n 20 minuten kun je hier terugzien. Het item laat zien hoe de PR machine van Zorgverzekeraars Nederland werkt. Ontkennen, ontwijken, wijzen, framen en vooral herhalen. Het item heeft nogal wat onwaarheden in zich, die we in dit artikel benadrukken. 

Leugen 1: Zorgverzekeraars Nederland herkent de signalen niet

Als telecomaanbieders met elkaar afspraken zouden maken, noemen we dat kartelvorming. Als zorgverzekeraars met elkaar afspraken maken, noemen we dat ‘ondersteunend‘. We zijn het inmiddels zo gewend, dus niemand stelt nog vragen over waarom we toestaan dat bij marktwerking in de zorg de meest machtige marktpartijen samen afspraken maken. In de praktijk valt op dat zorgverzekeraars over het algemeen dezelfde dingen doen. Ze volgen elkaar strak in beleid. Ook hebben ze tarieven die heel dicht bij elkaar liggen. Dat is niet vreemd, aangezien ze alle ruimte hebben om met elkaar te overleggen en afspraken te maken. Zorgverzekeraars weten dus precies van elkaar wat ze doen. Dit bespreken ze via Zorgverzekeraars Nederland.

De praktijk? Zorgverzekeraars worden platgebeld door indicerend wijkverpleegkundigen en verontruste verzekerden. Zij maken zich zorgen over de beschikbaarheid en betaalbaarheid van zorg. Er zijn verzekeraars die vele tientallen medewerkers binnen hun belcentra hebben opereren om deze vragen te beantwoorden en het probleem klein te houden. Daarnaast is er sinds 2015 al berichtgeving over de niet passende praktijk van terminale zorg. Denk je nu echt dat binnen die strakke samenwerking tussen zorgverzekeraars binnen Zorgverzekeraars Nederland er niet gesproken wordt over deze praktijk? Geloof je nu echt dat partijen zoals V&VN of wijzelf geen signalen hebben afgegeven aan ZN? Schokkend dat dit zo wordt gesteld.

Leugen 2: Zorgverzekeraars hebben vertrouwen in de indicatiestelling

In de uitzending wordt de wijkverpleegkundige als ‘professional’ neergezet door Zorgverzekeraars Nederland. “We gaan uit van de indicatie die de wijkverpleegkundige stelt.” Niets is minder waar. In het land van indicatiestellingen is het volop onderhandelen geblazen voor zorgverzekeraars. Het gaat immers over geld. Het naar beneden stellen van de indicatiestelling door zorgverzekeraars is inmiddels structureel geworden en wijdverbreid over alle zorgverzekeraars het geval. Er is geen indicerend wijkverpleegkundige meer die hier geen ervaring mee heeft. Stel je een indicatie waarbij zorg daadwerkelijk 24 uur nodig is dan wordt dat in geen van de gevallen gehonoreerd. Niet vreemd dus dat je uitkomt bij de partner, familie en mantelzorgers. De second opinion op de indicatiestelling waar zogenaamd gebruik van gemaakt zou worden in de praktijk, is niet de praktijk.

Wat is wel de praktijk? De indicatiesteller maakt een zorgplan, koppelt daar een aantal uren aan vast en stuurt dit in naar de zorgverzekeraar. Die vervolgens een medewerker laat bellen om aan te geven op welke onderdelen de indicatiestelling niet wordt geaccepteerd. Heeft u als cliënt een mondige wijkverpleegkundige dan heeft u misschien geluk en worden er nog heel wat uren uit het vuur gesleept voor u. Heeft u een minder mondige wijkverpleegkundige, dan heeft u pech gehad. Wij krijgen ook signalen dat medewerkers van zorgverzekeraars op targets zijn gezet om de indicatiestellingen naar beneden bij te stellen.

Voorbeeld uit de praktijk: Niet gecontracteerde indicerend wijkverpleegkundige stelt een indicatie bij iemand die op sterven ligt. Indicatiestelling wordt door zorgverzekeraar afgekeurd omdat de wijkverpleegkundige niet gecontracteerd is. Indicatiestelling moet helemaal opnieuw. Voor die tijd is de cliënt echter al overleden.

Leugen 3: Zorgverzekeraars vergoeden 24 uur als dat nodig is

Zorgverzekeraars zouden op basis van een indicatiestelling doen wat nodig is voor de verzekerde. Als dat 24 uurs zorg is, dan zou dat ook vergoed worden. Dit is feitelijk onjuist. Het maximaal aantal uur dat een zorgverzekeraar vergoed, is 12,9 uur per 24 uur. Dit maximum houdt boven die urengrens geen rekening met de persoonlijke omstandigheden rondom een stervende. Het komt namelijk voor dat familie bezig wil zijn met afscheid nemen, en niet met de zorgtaak. Het komt ook voor dat er simpelweg geen familie of sociaal netwerk is. Deze omstandigheden kunnen ertoe leiden dat een indicerend wijkverpleegkundige meer uren indiceert dan deze 12,9. Het antwoord van de zorgverzekeraars is in zo’n geval ‘nee’. Niet doen dus alsof 24 uurs zorg vergoeden ook echt mogelijk is. Want dat is zeker niet het geval.

Voorbeeld uit de praktijk: Terminale zorg is opgestart in opdracht van de huisarts, maar de huisarts heeft nog geen Palliatief Terminale Zorg (PTZ) verklaring ondertekend. Dat doet de huisarts enkele dagen nadat de zorg is opgestart. De zorgverzekeraar vergoed alléén de uren vanaf de handtekening van de huisarts, niet die ervoor. De dagen voor het ondertekenen van de PTZ verklaring worden dus niet vergoed aan de reeds werkzame zorgverleners.

Leugen 4: Voorkomen van onrust bij het sterven staat bovenaan

Zorgverzekeraars Nederland zegt dat de prioriteit ligt bij het voorkomen van onrust bij het sterven. Dit standpunt zien we niet terug in de praktijk. In de praktijk kunnen gecontracteerde zorgorganisaties over het algemeen niet de intensiteit van de zorg leveren die nodig is tijdens de laatste levensfase. Dit in verband met de beperkingen binnen de CAO en de Arbeidstijdenwet. Om die reden worden zzp’ers veelvuldig ingezet als onderaannemer. Diezelfde zzp’ers worden echter niet rechtstreeks gecontracteerd, want dat is lastig. Anders gezegd, zorgverzekeraars contracteren niet op een juiste wijze als het op palliatieve zorg aankomt en er worden noodgrepen toegepast. Dit geeft onrust. Zorgverzekeraars verwijzen naar gecontracteerde aanbieders, maar die kunnen meestal niet leveren. Vervolgens moet de familie op zoek naar een andere aanbieder. Dit geeft onrust.

Bij niet gecontracteerde zorg in de laatste levensfase, worden indicatiestellingen niet toegekend en moeten opnieuw of gewijzigd worden. Dit geeft onrust. Het formeel mogen starten van de zorg moet eerst goedgekeurd worden door de zorgverzekeraar, voordat de zorg kan starten. Stervende mensen komen echter vaak in het weekend thuis en dan is de zorgverzekeraar niet bereikbaar. Dit geeft onrust. Het komt niet zelden voor dat er in de financiële afhandeling van de zorg spanningen ontstaan tussen zorgverleners en familie, omdat de zorgverzekeraar zich met terugwerkende kracht van een andere kant laat zien. Dit geeft onrust. 

Leugen 5: Zorgverzekeraars hebben mensen met ‘kennis van zaken’

Zorgverzekeraars Nederland stelt dat goed opgeleide mensen van de zorgverzekeraar iets vinden van de indicatiestelling en het zorgplan. Daarom kunnen zij met goed fatsoen iets zeggen over of een indicatiestelling klopt. Helaas. De zorgverzekeraar heeft zelden een indicerend wijkverpleegkundige in dienst om dezelfde taal te kunnen spreken als deze hoog opgeleide professional in het veld. Wijkverpleegkundigen en verpleegkundigen zijn schaars, daar heeft de zorgverzekeraar ook last van.

De praktijk is dan ook dat mensen zonder zorgachtergrond, of met een heel andere opleiding uit de zorg iets gaan vinden van de inhoud van het zorgplan en dus de indicatiestelling. De second opinion, die als middel ingezet zou kunnen worden om deze discussie te voorkomen, heeft de praktijk nog niet gehaald. Dat de zorgverzekeraar op afstand beoordeelt op basis van het zorgplan werd ook door Zorgverzekeraars Nederland tijdens de uitzending bevestigd. Echter wie dat beoordeelt maakt dus nogal een verschil, en dat is niet goed georganiseerd. Geen kennis van zaken dus.

Leugen 6: Zorgverzekeraars gaan graag het gesprek aan over een casus

Zorgverzekeraars Nederland stelt tijdens de uitzending dat zorgverzekeraars graag het gesprek aangaan over een casus. Een bijzondere stellingname, aangezien zorgverzekeraars niets (!) hebben georganiseerd voor het evalueren van de laatste levensfase. Alle items die dit blogartikel raken, zijn géén onderdeel van een gesprek tussen de praktijk en de financier. Leren en verbeteren is er voor de zorgverzekeraar in de praktijk niet bij, omdat na de dood geen vraag gesteld wordt aan naasten of professionals. Evaluatiegegevens vanuit zorgpaden, vinden geen weg naar een cyclisch leren en verbeteren traject. Ieder los dossier wordt dus gesloten zonder dat er lering uit getrokken is. Als je graag het gesprek aangaat over een casus, dan nodig je de praktijk toch uit om daarover in gesprek te gaan?

Leugen 7: Betalingsproblemen zijn te voorkomen door familie

De betalingsproblemen die ontstaan tussen familie en zorgverlening rondom de laatste levensfase, zijn door de familie op te lossen aldus Zorgverzekeraars Nederland. Anders gezegd: als de verzekerden zich goed in zouden lezen in de polisvoorwaarden, dan zou een deel van de problematiek voorkomen kunnen worden.

Er gebeurt door deze stellingname iets heel bijzonders. Zorgverzekeraars Nederland kantelt zich nu af van de zorgaanbieder en richt zich op de verzekerde. Die zou toch beter geïnformeerd moeten handelen tijdens de laatste levensfase van hun naaste, zo lijkt ZN te zeggen. Dit cafetariamodel aan beargumentatie zien we vaker voorbij komen. Als het op de start van zorg aankomt en de indicatiestelling, dan kijken we gemakshalve naar de zorgaanbieder. Als het op betalingsproblemen en vergoedingen aankomt, dan had de verzekerde toch beter moeten weten?

Hoe dan ook, de oorzaak ligt altijd buiten de zorgverzekeraar en dus buiten Zorgverzekeraars Nederland. De wetgeving zegt echter dat een verzekerde recht heeft op zorg. De indicatiestelling is leidend. De zorgverzekeraar hoort dit proces zo makkelijk mogelijk te maken. Loopt dit proces niet voldoende? Dan heb je als zorgverzekeraar en dus als Zorgverzekeraars Nederland je rol te pakken. Je hebt geen verwijten te maken naar familie en zorgaanbieders.

Leugen 8: De gecontracteerde zorgaanbieder kan gebeld worden

Een andere standaardvermelding die vaak gedaan wordt door zorgverzekeraars en ook hier door Zorgverzekeraars Nederland, is dat er altijd een gecontracteerde zorgaanbieder gebeld kan worden voor dezelfde zorg. Dat is bij Palliatief Terminale Zorg (PTZ) pertinent niet het geval. Alhoewel gecontracteerde zorgaanbieders aan hun financiers vertellen dat zij deze zorg wel degelijk leveren, is de praktijk anders. Zorgaanbieders geven bij verzekerden aan dat zij deze zorg niet kunnen leveren. De gecontracteerde zorgaanbieder kan dus níet gebeld worden. Dit heeft alles te maken met belemmeringen van toegekend budget, de CAO, de Arbeidstijdenwet en simpelweg de beschikbaarheid van zorgverleners. De standaard opmerking ‘die zorg hebben we op een goede wijze gecontracteerd’, is dus helaas niet van toepassing.

Wat verwachten we van de toezichthouder en beleidsmakers?

De praktijk van palliatieve zorg binnen de aanspraak Wijkverpleging is bedroevend. Al jaren worden de uitgangspunten van rechtmatige, doelmatige en tijdige zorg met voeten getreden door zorgverzekeraars. Het item van Kassa laat duidelijk zien hoeveel afstand zorgverzekeraars inmiddels hebben tot de praktijk. Het wordt tijd dat de NZa en het ministerie van VWS nog meer in actie komen op dit dossier.

Wat zijn onze speerpunten?

  • Kom tot een proces van leren, verbeteren en innoveren door daadwerkelijk in contact te staan met de praktijk;
  • Ga als zorgverzekeraar mystery shoppen en bel gecontracteerde zorgaanbieders af met het verzoek tot PTZ;
  • Blijf af van het vak van de wijkverpleegkundige en maak geen onderscheid tussen zzp of dienstverband;
  • Kom tot een kwaliteitskader Palliatieve Zorg Thuis, zodat partijen zich gaan verhouden tot ‘de bedoeling’;
  • Contracteer de zorgaanbieders die palliatieve zorg daadwerkelijk verlenen in de praktijk: de zzp’ers;
  • Vergoed de zorg die daadwerkelijk geleverd wordt en ga uit van ver-trouwen, in plaats van wan-trouwen;
  • Verbeter de informatievoorziening aan verzekerden en evalueer de resultaten.

Dit artikel is mede tot stand gekomen op basis van de uitgebreide praktijkervaring van adviseur Palliatieve Zorg Caren Kunst. Caren coacht (teams) van zzp’ers in de zorg, onder meer bij het verlenen van Palliatieve Zorg.

SoloPartners heeft ruim 11.000 zelfstandige zorgaanbieders als lid. Het merendeel daarvan is verzorging en verpleging. Een groot deel daarvan heeft te maken met de praktijk van palliatieve zorg. Voel je je gehoord door wat we hier beschrijven? Sluit je dan ook aan >>

Dit artikel delen