Nieuws

Mogen samenwerkende zorgorganisaties de inzet van zzp’ers beperken?

vrijdag 31 januari 2020    Dit artikel delen

Het is geen geheim dat de kosten voor de inzet van ‘Personeel Niet In Loondienst’ (PNIL) enorm zijn gestegen de afgelopen jaren. De inzet van zzp’ers in de zorg valt hier ook onder en zorgorganisaties vragen zich inmiddels hardop af hoe zij deze kosten kunnen verminderen. In ons contact met samenwerkende zorgorganisaties / opdrachtgevers wordt soms het idee geopperd om in een regio de inzet van zzp’ers aan banden te leggen door hen niet langer in te zetten. Mag dat?

Zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) genieten in toenemende mate aandacht. Met name in de zakelijke dienstverlening en de zorg is de afgelopen jaren het aantal zelfstandigen fors toegenomen. Ook de regels met betrekking tot de inzet van zzp’ers genieten veel aandacht. Eind 2019 ging een wetsvoorstel van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in de consultatie waarmee de regering onder meer voorstelt het minimumtarief voor zzp’ers vast te stellen op € 16,-. Ook de Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft onlangs – in aanloop naar wettelijke minimumtarieven – middels een nieuwe leidraad geprobeerd ruimte te bieden voor het maken van samenwerkingsafspraken. Inzet daarvan, zo blijkt uit de uitlatingen van de bestuursvoorzitter van de ACM, is onder meer om uitsluiting van zzp’ers tegen te gaan.

SoloPartners gaat voor het behoud van zzp’ers in de zorg!

Aard dienstverband blijft lastig

Ook de regels omtrent de aard en kwalificatie van het dienstverband van zzp’ers zijn aan verandering onderhevig en roepen bovendien de nodige vragen op. Wanneer nu precies sprake is van een dienstbetrekking of een werknemer in loondienst blijkt lastig te duiden. Gevolg van deze onduidelijkheid is dat het steeds minder aantrekkelijk wordt om zzp’ers in te zetten. Daarnaast wordt in toenemende mate de tendens gesignaleerd om te kiezen voor flexibele arbeidsovereenkomsten boven het gebruik van zzp’ers. De positie van de zzp’er komt daarmee onder druk te staan en hun concurrentiepositie verslechtert daardoor. Ook steeds vaker horen wij dat werkgevers gezamenlijk – al dan niet vanwege hun opvattingen (of misvattingen) over de aard van het dienstverband – besluiten zzp’ers te weren. Maar de vraag die daaruit voortvloeit, is of dit eigenlijk wel is toegestaan.

Mededingingsregels, voor werkgevers en werkgeversorganisaties

De mededingingsregels zijn verankerd in de Mededingingswet en gebieden ondernemingen simpel gezegd om eerlijk te concurreren. Dit betekent dat zij geen afspraken mogen maken die tot gevolg hebben dat de mededinging beperkt wordt. Bedrijven die toch afspraken maken die tot gevolg hebben dat het concurrentieel speelveld verstoord wordt, lopen risico’s op boetes van de ACM. Van belang hierbij is dat de mededingingsregels en het gebod eerlijk te concurreren, zowel voor werkgevers enerzijds als werkgeversorganisaties anderzijds gelden, omdat zij zich beiden kwalificeren als onderneming. Zij mogen onderling dus geen afspraken maken om concurrentie te beperken.

Zzp’ers uitsluiten?

De afspraak tussen werkgevers om zzp’ers niet langer in te zetten bij bepaalde werkzaamheden is een afspraak die in strijd is met de mededingingsregels. Een dergelijke afspraak kwalificeert immers als een vorm van uitsluiting; zzp’ers kunnen hun diensten namelijk niet meer aanbieden en uitvoeren. In beginsel zijn bedrijven vrij om te kiezen of zij werken met vaste werknemers, flexibele krachten of zzp’ers. De Mededingingswet verplicht bedrijven niet om met zzp’ers te werken. Waar het om gaat is dat een mededingingsprobleem ontstaat wanneer een groep bedrijven structureel de toegang tot de arbeidsmarkt afsluit voor zzp’ers. Met name wanneer een relatief grote groep zorginstellingen of zorgaanbieders die actief zijn in dezelfde regio een dergelijke overeenkomst sluit zal over het algemeen al snel sprake zijn van een merkbare beperking van de mededinging. Daarbij is het van belang op te merken dat het begrip ‘overeenkomst’ zoals deze gehanteerd wordt in de Mededingingswet een rekbaar begrip is. Ook een stilzwijgende afspraak, zelfs onderling afgestemd gedrag waarbij zzp’ers structureel niet worden ingezet zijn in strijd met de mededingingsregels.

Daarbij valt niet in te zien dat de keuze om zzp’ers uit te sluiten van opdrachten op enigerlei wijze gerechtvaardigd is. Immers, niet kan worden gezegd dat deze bijvoorbeeld de kwaliteit van de zorgverlening ten goede komt of dat cliënten van zorginstellingen beter af zijn wanneer personeel in loondienst wordt ingezet (ten opzichte van zzp’ers). Ook de lasten die gekoppeld zijn aan een eventuele “schijnzelfstandigheid” rechtvaardigen niet de structurele uitsluiting van zzp’ers door een groep regionale zorginstellingen. Dit betekent hooguit dat partijen beter na moeten denken over de manier waarop zij de afspraken met betrekking tot hun opdracht vorm geven en daar in de praktijk uitvoering aan geven.

Zzp’ers moeten gelijke kansen krijgen

Werkgevers kunnen niet gezamenlijk afspraken maken die tot gevolg hebben dat zzp’ers in een bepaalde regio worden uitgesloten van opdrachten. Zij moeten ook de kans krijgen om mee te dingen naar werk. Op het moment dat een zorginstelling zelf ervoor kiest om geen gebruik te maken van zzp’ers, dan mag dat, bijvoorbeeld omdat de zzp’er zich niet wil committeren aan een dienstverband met alle (belastingrechtelijke) gevolgen van dien. Maar structureel de inzet van zzp’ers weigeren is, zelfs wanneer dit stilzwijgend op een gecoördineerde manier gebeurt, niet toegestaan. Werkgevers en werkgeversorganisaties die hieraan meedoen lopen het risico dat de ACM hier onderzoek naar start.

SoloPartners is als brancheorganisatie voor zzp’ers in de zorg waakzaam op de naleving van spelregels tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers. Kom jij als zelfstandige zorgprofessional een vreemde situatie tegen? Stuur ons een bericht >>

Dit artikel delen